Snel naar

Beoordeling

Voor een keer waren de meningen enigszins verdeeld: niet iedereen las dit boek met onvoorwaardelijk enthousiasme, zelfs niet iedereen worstelde er zich doorheen. Zonder de bijzonder kwaliteiten van het boek ter discussie te stellen, vonden verschillende lezers het een hele opgave:

- omdat Morrison nogal wat van de lezer vraagt ombij elk hoofdstuk te ontdekken waar in de dooreengehaspelde chronologie we ergens zitten, en vanuit welk personage er verteld wordt;

- omdat Morrison een erg associatieve, en poëtische taal hanteert, die reële gebeurtenissen veeleer verhult  dan verduidelijkt;

- omdat Morrison niet die rationele, nuchtere, westerse kijk op de werkelijkheid heeft, maar meer vanuit  een ‘animistische’ levensvisie ook irrationele gebeurtenissen als geesten, bezielde objecten …

Het is, zoals Maria aangeeft in haar notities over het boek, ‘het zoveelste boek over de wreedheid van de mens, je hebt boeken over de galeien, de slavernij bij de Egyptenaren, de Romeinen, de Naz’s en de joden; wreedheid als in De Trein naar Pakistan”, of nog in  (de boeken over) de Jappenkampen, gevangenisterreur, boeken over het leven onder dictaturen als Stalinisme (De Goelag-Archipel),  Mao (Jung Chang, Lulu Wang),Taliban (Khaled Husseini).

Misschien is dit soort wreedheden niet de meest opwekkende literatuur in Coronatijden, toch vond ik zelf de menselijkheid en solidariteit uit Beminde  toch hoopgevend, en bewonderenswaard is de manier waarop zij uiteindelijk de zo bekende  feiten van de manier waarop blanken de zwarten bestialiseerden en zo schaamteloos gebruikten voor eigen gewin, ondergeschikt maakt aan poëtische beschrijving van de gemoedstoestand van haar personages. Dat ze daarbij ook weigert het verhaal rechtlijnig te vertellen, is zeker een van de redenen die haar tot een waardige Nobelprijswinnaar maken.

Zelf vond ik een van de meest aangrijpende momenten uit het boek het einde van het hoofdstuk waarin de aankomst van de slavenjagers en de gruweldaad van een wanhopige Sethe werd beschrevn: Sethe met haar baby Denver wordt afgevoerd door de Sheriif, Baby Suggs blijft ontredderd achter, als daar opneens een rijtuigje twee jongens brengt die dringend ‘tegen woensdag’ een paar schoenen willen laten herstellen: Vergeef me. Heer, vergeef me. Alstublieft.

Wie toch nog  een rechtlijnig, klassiek verteld verhaal over de slaverlij in de VS wil lezen: The Underground Railroad is in vele opzichten een aanrader. (Walter Pelckmans)

TONI MORRISON  BEMINDE    (BELOVED)

Dat elk menselijk wezen een eigen naam heeft, is voor ons een evidentie: basisprincipe van elke ‘identiteit’.

Vreemd, dat het vermoorde kind uit het verhaal nergens een naam had – in hst. 9 wordt even naar haar verwezen als het ‘kruipt-ze-al?meisje’. ‘Dearly beloved[1]’ of ‘teerbeminde’ wilde Sethe op haar grafsteen zetten, maar voor twee woorden moest ze de steenkapper  extra ‘ter wille zijn’.

Een roman uit 1987, van de Afro-Amerikaanse Toni Morrison, die zich afspeelt voor en na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Geïnspireerd op het verhaal van een Afrikaans-Amerikaanse slaaf, Margaret Garner, die tijdelijk aan slavernij ontsnapte door in 1856 in Kentucky te vluchten naar de vrije staat Ohio.

Met deze roman won Morrison in 1988 de Pulitzerprijs, belangrijk(ste)e Amerikaanse literaire prijs. In 1998 een verfilming, met Oprah Winfrey in de hoofdrol. Een fragment: https://www.youtube.com/watch?v=vx0NkU_dZcs&list=PLlGA7H5APaV130B4GNrNjBl3jIgwkqatV

Toni Morrison (geboren Chloe[2] A. Wofford in 1931, in een arbeidersgezin in Ohio); haar beide ouders kwamen oorsprokelijk uit zuidelijke staten, en droegen een familiale achtergrond van racisme en slavernij met zich mee; iets waarmee vader Wofford verbitterd mee bleef omgaan, terwijl Toni’s  moeder positiever in het leven stond.

Die twee houdingen vinden we bij de personages ook terug: de berusting van Baby Suggs tegenover de rebelse Sixo, bijvoorbeeld.

Toni Morrison kreeg een standaard Engelse literaire opvoeding, met  blanke mannelijke  auteurs als Shakespeare, Nathaniel Hawthorne, HermanMelville, en Engelse romantische dichter William Wordsworth.

Ze speelte toneel bij de  Howard Unity Players, en maakte er zelfs een tournee mee voor een zwart pubkiek in “The deep South”. Ze behaalde een graad in Engelse literatuur, waarin ze zich concentreerde op de ‘modernisten’ van het interbellum zoals Virginia Woolf and William Faulkner. De manier waarop Faulkner romans schreef vanuit de levendige maar ook chaotische gedachtenwereld van zijn personages is iets wat we in Beloved sterk terugvinden.

Ze huwde (even) een Jamaicaanse architect Harold Morrison, en na de scheiding kwam de drang om te schrijven:  "books that I had wanted to read. No one had written them yet, so I wrote them."

Wie vreest een boel zaken gemist te hebben bij de lectuur, kan – in het Engels-  terecht bij een site die erg grondige toelichting geeft bij het boek: bespreking van elk hoofdstuk, thema’s, personages, woordenlijst …Cliffs notes On Morrison’s Beloved.

https://www.cliffsnotes.com/literature/b/beloved

Vertaald, en aangevuld, hier een chronologie van de gebeurtenissen:

1795 geboorte van slavin Baby Suggs. Slaven kregen meestal de achtenaam van hun eigenaars, die hun al dan niet een echte voornaam gaven.

1803 Ohio wordt een staat; het zal een van de noordelijke ‘free states’ worden, een vrijstaat waar slaverlij niet toegelaten is.

1808 De  Schotse Quakerfamilie Bodwin (broer en zus) verhuist van Bluestone road 124 naar het centrum van Cincinnati, zodat ze later het huis kunnen verhuren (zonder huur) aan Baby Suggs. De Quakers, net zoals een deel van de Methodists, waren principiële tegenstanders van de slavernij, i.t.t. veel andere ‘christelijke’  godsdiensten.

1818 Tyree en John, Baby Suggs’s zonen, lopen weg.

1835 Sethe wordt geboren bij haar  "Ma'am" in Carolina of Louisiana. In dat jaar wordt ook Halle geboren. Paul D komt aan in  Sweet Home.

1838 De Garners  vernemen dat de  Bodwins' ex-slaven helpen. Garner koopt Baby Suggs haar zoon Halle.

1848 Sethe komt aan in Sweet Home in Pulaski County, Kentucky ter  vervanging van Baby Suggs, door haar zoon Halle  vrijgekocht via betaald extra weekendwerk.

1849 Mrs. Garner staat Halle en Sethe toe om te trouwen. Sethe naait in het geheim een      ”huwelijkskleed" van kussenslopen, een sjaal en een muskietennet … op een zaterdag ‘consumeert’ Halle zijn huwelijk met Sethe in een maisveld, op zondag krijgt Sethe kristallen oorringen als bruidscadeautje van Mrs Garner.

1850 Baby Suggs verneemt dat Halle en Sethe hun eerste kind kregen, Howard.

In september van dat jaar stemt het  Congress een compromiswet, de Fugitive Slave Law, die slavenstaten toelaat ontsnapte slaven terug te eisen.

1851 geboorte van Buglar, Sethe’s tweede zoon.
Het begin ook van een periode van 20 jaar slavenvlucht naar het noorden, waar ze een geëmancipeerd, vrij leven kunnen opbouwen. Er ontstond stilaan een heel clandestien netwerk om vluchtelingen naar het Noorden te sluizen, de zgn. Underground Railroad.

Na de dood van haar man, verkoopt Mrs Garner Paul F. Met de opbrengst kan ze twee jaren overbruggen, voor ze ‘de schoolmeester’ en zijn twee zonen in huis om  Sweet Home meet te runnen.

1854 Beloved, Halle en Sethe’s derde kind wordt geboren in november.

1855 Baby Suggs vermoedt instinctief dat dit het jaar is waarin haar zoon Halle sterft. De Abolitionisten (voorstanders van de afschaffing van de slaverlij) winnen terrein. De slaven van Sweet Home plannen hun ontsnapping, maar worden gepakt. Sixo bekoopt het met de dood op een mislukte brandstapel[3]. Paul D krijgt een halsband met pinnen en een ‘bit’ in zijn mond (zie hieronder, afb. b). Sethe wordt misbruikt, en letterlijk ‘uitgemolken’ door de neefjes van Mrs Garner.

Op maandag weet Halle toch te ontsnappen, echter zonder Halle. Een blank meisje, Amy Denver, helpt haar tussen de wilde uien bij de bevalling van haar dochtertje – Denver - en zet haar in een bootje de rivier Ohio op, om naar de vrijheid te vluchten. Amy zag de  vreselijke boomachtige verminking op Sethe’s rug (zie ook afb. a) Ze wordt in Ohio opgevangen door de oude Stamp Paid, die hun naar Ella en John brengt, helpers van ontsnapte slaven. Zo komt ze in het huis van Baby Suggs terecht,  Bluestone Road 124, waar ook Howard en Buglar zijn. (Cincinnati ligt aan de Ohio rivier, aan de grens met Kentucky.)

Vier weken later levert Stamp Paid twee emmers vol lekkere bramen af bij Baby Suggs en Sethe. Een en ahder mondt uit in een enorm feest.

De volgende dag echter arriveren de Schoolmeester met een van zijn jongens,een slavenjager, en de plaatselijke sheriff, om Sethe en haar kinderen op te pakken. Die wil in paniek haar kinderen doden, om hun de straffen en een verder slavenleven te besparen. Alleen het naamloze oudste dochtertje, ‘Beminde’ overleeft het niet – een handzaag over de keel ...

1856-57 Paul D wordt voor 83 dagen geketend in een ‘chain gang’ in een afschuwelijk gevangenenkamp in Alfred, Georgia, waar  ze ’s morgens bij wijze van ontbijt hun bewakers oraal moeten bevredigen; na een modderstroom ontsnappen ze, om in een Cherokeedorp terect te komen; van daaruit begint Paul D’s Odysee naar het vrije Noorden.

Juli 1857: Paul D komt aan in  in Delaware en trekt in bij een weefster.

1858 Via  Mr. Bodwin komt Sethe aan een job in de keuken van Sawyer's restaurant.

1860 Januari: Paul D krijgt een job bij de  Northpoint Bank and Railroad Company en  verlaat Delaware.

1862 Denver gaat naar een school voor zwarte meisjes, bij de halfbloed  Lady Jones.

1863 Nelson Lord, een jongen in die school waar Denver zo graag naartoe ging, stelt vragen over het ‘criminele’ verleden van haar moeder. Daarom gaat ze er niet meer naartoe, en gaat zich nu helemaal afzonderen met Sethe in Bluestone Road 124.

1864 Denver hoort een geest op de trap in het huis.

Met Kerstmis koopt Miss Bodwin eau de cologne voor Sethe and Denver, een sjaal voor Baby Suggs, en sinaasappelen voor de kinderen.

1865 Buglar en Howard verlaten het huis, vanwege het ‘spook’. Baby Suggs sterft iets voor de overgave van de Zuidelijken in Appomattox Courthouse op 9 april[4]. Denver wil dat Sethe vertrekt uit het huis.

1869 (Hst 5) Op zijn omzwervingen komt Paul D groepen vrijgelaten slaven op de dool tegen, vaak vrouwen en meisjes, omdat de mannen worden afgeslacht door rancuneuze blanken; in de jaren na de burgeroorlog (en dus afschaffing van de slavernij) is er  honger, armoede, chaos. Veel slaven zijn nog slechter af, op zoek naar verloren familie, een thuis, werk … Ondertussen regelden de zgn. Jim Crow-wetten[5] steeds meer de rassensscheiding.

1866 Paul D vindt werk in Trenton, New Jersey. In de burgeroorlog had hij blijkbaar gediend in zowel het Noordelijk als het Zuidelijk legerkamp.

1873 Op een maandag in augustus arriveert Paul D in Bluestone Road in Cincinnati.

Op en donderdagmiddag begeleidt Paul D Denver en Sethe naar een kermis in de omgeving. Als ze thuiskomen, vinden ze voor het eerst een jonge vrouw, die als een ‘revenant’ uit de Ohiorivier kwam opduiken, en die zich later zal  voorstellen als ‘Beminde’. Sethe schrikt zo dat ze meteen haar blaas leegt.

Op maandag ‘ontwaakt’ Beminde, in het bijzijn van Denver.

Vier weken later vraagt Beloved aan Sethe waar haar ‘diamanten oorringen’ zijn (die Sethe ooit kreeg van Mrs Garner) – is zij dan echt Beminde, de revenant?

In de vijfde week polst Paul D Beminde naar haar verleden; hij bekent Sethe ook dat hij Halle zich had zien verbergen terwijl de twee jongens van de Schoolmeester haar molesteerden.

Tegen de herfst vervreemt Paul D van Sethe, en slaapt elders in het huis; in de winter verleidt Beminde haar. Enkele weken later komt hij naar Sawyer's restaurant om zijn spijt te betuigen, maar doet het niet en vraagt haar in de plaats om een kind van hem.

1874 Stamp Paid leest Paul D  een oud krantenartikel voor over het bloedbad dat Sethe aanrichtte. Daarom verlaat Paul D Sethe, om onderdak te vinden in de kelder van een plaatselijke kerk.  Schuldbewust wil Stamp Paid Sethe aanspreken; zesmaal staat hij aan haar deur maar klopt niet aan.

1875 Januari: Denver, Beloved, and Sethe spelen en schaatsen op een bevroren kreek.
In maart ontdekt Sethe het litteken op Beminde’s keel. Ze gaat niet meer naar haar werk, en geeft al haar spaargeld uit aan de grillen van Beminde, wiens liefde ze koste wat kost wil winnen. Ze raakt helemaal in de greep van Beminde, terwijl Denver meer en meer afstand neemt van haar  ‘verrezen’ zus. Armoede en isolement treffen het gezinnetje.

April: Denver vraagt in wanhoop haar oude lerares Lady  Jones voor een baantje. Die zorgt ervoor dat Sethe’s familie (of wat ervan rest) eten krijgt van liefdadigheidswerkers, en een baantje bij de Bodmins.
 

Finale: Op een vrijdag in de zomer  van 1875 komt een groepje van 30 vrouwen naar het huis om er een exorcistische sessie te houden. Als dan ook Mr Bodmin Denver komt ophalen voor haar eerste werkdag raakt Sethe in paniek en valt hem aan met een ijspriem. Ella stop haar, Denver overmeestert haar. De hoogzwangere Beminde verdwijnt voorgoed. Ze was tenslotte maar een hersenspinsel van Sethe en haar omgeving.

In de dagen daarop komt Paul D terug om voor Sethe te zorgen.

THEMATIEK

Slavernij, en wat het doet met een mens, is het hoofdthema in het boek. De manier waarop ‘bevrijde’ slaven hun leven weer op de rails proberen te krijgen doet erg denken aan PTSS, post-traumatisch stresssymptomen bij oud-strijders. In Cliff’s notes als volgt beschreven:

Slavery splits a person into a fragmented figure. The identity, consisting of painful memories and unspeakable past, denied and kept at bay, becomes a "self that is no self." To heal and humanize, one must constitute it in a language, reorganize the painful events and retell the painful memories. As a result of suffering, the "self" becomes subject to a violent practice of making and unmaking, once acknowledged by an audience becomes real. Sethe, Paul D, and Baby Suggs, who all fall short of such realization, are unable to remake their selves by trying to keep their pasts at bay. The 'self' is located in a word, defined by others. The power lies in the audience, or more precisely, in the word—once the word changes, so does the identity. All of the characters in Beloved face the challenge of an unmade self, composed of their "rememories" and defined by perceptions and language. The barrier that keeps them from remaking of the self is the desire for an "uncomplicated past" and the fear that remembering will lead them to "a place they couldn't get back from."

Naast slavernij is ‘liefde’ een hoofdthema. Wat dit boek onderscheidt van de vele romans over slavernij, van de blanke Harriet Beecher Stowe’s immens populaire sentimentele, abolitionistische  roman Uncle Tom’s Cabin van 1852[6], tot The Underground Railroad, van Afro-Amerikaan Colson Whitehead (!), Pulitzerprijs winnaar 2017 én National Book Award, is dat enerzijds alle sentimenteel humanisme, anderzijds een wat naar sensatie ruikende klemtoon op de meest ondenkbare blanke wreedheden in Beminde geen echte hoofdrol spelen, maar wel de veelsoortige liefde van mensen.

De drie belangrijkste vormen van liefde die de oude Grieken al onderscheidden, agape, eros, Phila. Zij domineren het verhaal.

Agápe: de liefde van God voor de mensen, en van mensen voor de goede God. Bij uitbreiding ook de liefde van de mens voor mekaar, in de zin van goedheid, hulp voor mekaar. Liefde ook in de zin van ‘liefdadigheid’. Het is deze liefde die blanken afkeert van slavernij (als de Bodmin, Quakers), en die ook blanke slaveneigenaars aanzet tot humaan gedrag (zoals de Garners in beperkte mate); die Amy Denver aanzet om Sethe te helpen.

Maar het is ook de moederliefde, de radicale, onzelfzuchtige liefde die Sethe er in uiterste nood toe aanzet om haar eigen kroost te doden.

Éros: vooral de liefde als seksuele passie, de intieme liefde, ook als die, zoals Plato al aangaf, niet fysieke liefde kan zijn, maar ‘platonische’ bewondering voor het schone in de mens. Lichamelijke liefde en seks beheerst ook het dagelijks leven van slaven; maar vormt tegelijk onderdeel van het machtsmiskruik en onderdrukkingsstrategie van blanken: het verkrachten van slavinnen, het gestuurd ‘fokken’ met de sterkere exemplaren, als fokvee (slaven waren best duur in aankoop), zelfs verhuren van jonge slaven als ‘dekhengsten’, tot het seksueel vernederen van zwarten. In Colin Whiteheads De ondergrondse spoorweg wordt die seksulele vernedering en uitbuiting nog meer ten spits gedreven.

Philia: affectie, vriendschap, meestal tussen gelijken,de band met vrienden en familie; deugdzame, passieloze liefde, broederliefde, trouw, gemeenschapszin. Er zijn veel voorbeelden van die solidariteit onder de zwarten in ‘Beminde’. Mooi voorbeeld: op Sweet Home staat een boom, door Paul D aangeduid als “Broer”. We nemen aan dat in die boom een medeslaaf (een van de Paul’s wellicht) is opgehangen.

Maar het is ook die liefde die in Bluestone Road de zwarte omgeving ertoe aanzet Sethe een hele tijd uit te stoten omwille van haar daden (en een tijdlang ook Paul D), zelfs al zijn die het gevolg van haar onvoorwaardelijke ‘agape’.

In het bijzonder ook refereert Morrison naar de band, lotsverbondenheid tussen de slaven, en die andere slachtoffers van blanke terreur: de indianen. Paul D komt na zijn chain- gangavontuur op adem bij helpende Cherokees (zelf gedeporteerd uit Iowa), en in Cincinnati beseft hij dat de blanken totaal geen respecyt opbrengen voor het dodenveld van de Miami-indianen.

Toch meer lezen?

Een boek over de slavernij lezen, of bijv. over de Holocuast, is een beetje zoals naar een grote opera gaan, of een klassieker van Shakespeare: we kennen in grote lijnen het verhaal al, maar hoe de regisseur het inkleurt,  dat is wat de lezer / kijker vooral beoordeelt.

Enkele grote slavernijromans, en enkele auteurs die o.w.v. stijlverwantschap wel eens met Toni Morrison in verband worden gebracht.

Vergeten we even het  boek Van Harriet Beecher Stowe,  want zij schreef als blanke Noorderlinge een sentimentele avonturenroman, waarin – vanuit ons perspectief gezien – heel wat blanke clichés over zwarten bevestigd worden. Toch lag haar boek zeker mee aan de basis van de Burgeroorlog.

Het is vooral aan 20ste eeuwse Afro-Amerikaanse auteurs geweest om het ware gelaat van de slavernij en blanke wreedheden te tonen – zij het dat ze mss. een te extreem zwart-witbeeld (no pun intended) ophingen.

Invisible Man (Onzichtbare man) (1952) is een roman van Ralph Ellison. Hij behandelt veel van de sociale en intellectuele problemen waarmee Afro-Amerikanen in het begin van de twintigste eeuw te maken kregen bij het zoeken naar een eigen identiteit als zwarte. Ellisons eerste roman werd een bestseller en vestigde meteen zijn naam als een van de belangrijkste schrijvers uit de 20e-eeuwse Amerikaanse literatuur.

Maya Angelou , I Know Why the Caged Bird Sings is een autobiografie uit 1969 over de jonge jaren van de Amerikaanse schrijfster en dichter Maya Angelou. Het is het eerste deel uit een serie van zeven, waarin wilskracht en passie voor literatuur als rode draad zijn te herleiden als tegenwicht tegen een achtergrond van racisme en trauma.

Alex Haley, Roots: The Saga of an American Family, (1976) in het Nederlands uitgegeven als Roots, wij zwarten, op basis van de geschiedenis van zijn eigen familie, die was teruggetraceerd tot de Mandinka Kunta Kinte die in 1767 in Gambia door slavenhandelaren was gevangen en in Amerika als slaaf werd verkocht. Het boek had tien jaar voorbereiding en onderzoek gekost, waarbij Haley meermalen in Gambia was geweest. Van een griot had hij aldaar de mondeling overgeleverde geschiedenis van Kunta Kinte vernomen, waarna hij dit kon verbinden aan zijn eigen familiegeschiedenis. Roots werd in 37 talen vertaald, won een Pulitzerprijs en werd verfilmd tot een miniserie. Voor Amerikanen van Afrikaanse afkomst was Roots het bewijs dat er in veel gevallen meer informatie over hun afkomst was dan tot dan toe werd aangenomen.

Colson Whitehead, The Underdground railroad / De ondergrondse spoorweg (2017)

Een heel goed in hedendaagse ‘filmstijl’ geschreven roman, over een jonge slavin Cora die met een medeslaaf Caesar haar plantage ontvlucht via de Ondergrondse Spoorweg (in deze roman fictief een echte ondergrondse trein) en in het Noorden probeert een menselijk wezen te worden. Verpakt als een avonturenroman, drijft het boek de blanke valsheid en wreedheden op de spits; maar ook de zwarten onderling zijn vaak wreed voor mekaar.

Whitehead verwijst in details soms naar Beminde: zo was Caeser ooit slaaf bij een nogal humane mevrouw Garner, en komt Cora blanke jongens tegen ‘met mossige tanden’.

Er wordt ook geregeld op de parallel gewezen met Gabriel Garcia Marquez (en bijv. zijn Honderd jaar Eenzaamheid), in die zin, dat irrationele gebeurtenissen probleemloos in het gewone dagelijkse leven opduiken, evenals een voorkeur voor freakachtige schepsels, ten spits gedreven emoties en toevaligheden,  poreuse grenzen tussen het rijk van de levenden en de doden … en dat is voor nuchtere westerlingen die zo staan op ‘geloofwaardigheid’ soms niet vanzelfsprekend.

Maar niet in het minst is Toni Morrison schatplichtig aan enkele modernistische blanke auteurs uit de eerste helft van de 20ste eeuw: William Faulkner, James Joyce, Virginia Woolf, om het bij Engelstalige auteurs te houden; met name neemt ze van hun de techniek over van de ‘stream of consciousness’: in plaats van de gebeurtenissen te beschrijven vanuit een + vaste chronologie en logische samenhang, moet de lezer ‘het verhaal’ eerder chaotisch en druppelsgewijs  reconstrueren via de associatieve denkwereld van verschillende personages, zoals die de gebeurtenissen rondom zich waarnemen, ervaren, interpreteren, en erop reageren. Een extreem voorbeeld daarvan zijn de twee hoofdstukjes in deel twee, waarin we even meekijken door de ogen van Beminde zelf, in een beeldrijke maar cryptische stijl, met flarden waarnemingen van een geestelijk heel beperkt wezen, zonder leestekens.

[1] Dearly beloved zou de standaard aanspreking zijn bij protestantse begrafenisplechtigheden.

[2] Onbeduidend, maar betekenisvol detail: de vrouw van Uncle Tom uit de roman van Harriet Beecher Stowe (zie verder) heette ook Chloë.

[3] Sixo verkeerde al een tijd met zijn 45-km-vrouw, die zijn kind draagt: daarom roept hij triomfantelijk voor zijn dood Seven-O, Seven-O ! Six-O mag dan al dood zijn, de opvolger is op komst!

[4] De Slag bij Appomattox Courthouse vond plaats op 9 april 1865 tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Het was de laatste slag van de Army of Northern Virginia onder leiding van Robert E. Lee voor het leger zich overgaf aan Ulysses S. Grant.

 5] In de jaren twintig van de 19e eeuw zorgde een blanke entertainer, Thomas Daddy Rice, voor een sensatie door met het gebruik van verbrande kurk zijn gezicht zwart te maken en het lied Jump Jim Crow ten gehore te brengen. Hij hoorde dit lied voor het eerst van een oude zwarte straatzanger die voordroeg over zijn eigen miserabele leven. Jump Jim Crow bleek een populair nummer en de term Jim Crow werd al snel synoniem met Afro-Amerikaans. De zogenaamde Jim Crow-wetten, afgeleid van deze term, waren een complex systeem van rassenwetten en -gebruiken van 1876 tot 1965 die de rassensegregatie in het zuiden van de VS in stand hield.

[6] Merkwaardig, en tekenend voor hoe in die tijd de slavernij de wereld beroerde: Het boek werd in 1852, het jaar van verschijning, in het Nederlands vertaald door C.M. Mensing (1812-1883), onder de titel De negerhut (Uncle Tom's cabin). Een verhaal uit het slavenleven in Noord-Amerika. Vanaf november 1852 werd het boek eerst, zoals in die tijd vaker gebeurde, in afleveringen gepubliceerd. In 1853 kwamen er in Nederland verschillende drukken en uitgaven van de pers, waaronder een editie voor kinderen: Een kijkje in de hut van oom Tom door Tante Marie, voor hare neefjes en nichtjes; met eene toespraak van de schrijfster, H. Beecher-Stowe, aan de jeugd; uit het Engelsch door A.G. Bruinses. Ook werd het van het begin af aan in het theater als toneelstuk opgevoerd (Bron: Wikipedia).