Onze beoordeling

Zoals een van ons het noteerde:
Wat een verademing na de lectuur van Tirza. Bij het lezen van Arnon Grunbergs boek was er regelmatig de behoefte om een leespauze in te lassen om het gemoed weer op orde te brengen.
Bij Broere lees je de verhalen met een warm gevoel en een glimlach….en er is het verlangen om steeds verder het volgend verhaal te lezen. Bart Moeyaert verwoordt ergens in een verhaal: “we zien wel en we genoten van het verlangen”

Een voorkeursverhaal aanduiden is moeilijk: het herkenbare, de ontwapenende humor, de eenvoudige plastische taal maakt van elk verhaal een juweeltje. Elk verhaal geeft de familie verbondenheid weer op een unieke tedere manier. Ik genoot van de verhalen in dit boek. (Marie-Hélène)

Geen grote literaire spankracht, geen dramatische ontwikkelingen, en vooral opmerkelijk: het echt Boze als drijfveer van spanning en emoties is in het geheel niet terug te vinden in Broere.  De kinderen, meestal als één “wij” present, zijn opvallend weinig rebels, en veeleer fijntjes, braaf in hun kattenkwaad. Je kan aanhalen dat daarom het boek  ook niet lang zal blijven nazinderen. Maar het algemeen leesplezier was er niet minder om. Kleinkunst, maar hoogst charmerend door zoveel broederliefde en speelse observaties.

Meer info

Broere

Bart Moeyaert (1964, Brugge)

Bart M. wint dit jaar de ALMA, Astrid Lindgren Memorial Award, een internationale prijs voor jeugdliteratuur (480.000 €), wel eens de Nobelprijs van de jeugdliteratuur genoemd. Hij was al zestien keer eerder genomineerd voor de Alma, die in 2002 voor het eerst werd uitgereikt. 

Moeyaert is jong begonnen als dichter voor volwassen en schrijver van jeugdromans. In 1983 debuteerde hij als 19-jarige met Duet met valse noten, een knap geschreven, nog wat traditioneel jeugdboek met liefde en een dramatisch plot. Het boek is in Vlaanderen al ruim drie decennia zeer populair.

Later ging Moeyaert zich meer op poëtisch en literair werk toeleggen. Tot zijn meest gewaardeerde werken behoren Het is de liefde die we niet begrijpen (1999) en Broere (2001) met lyrische korte verhalen over een gezin met heel veel broers. Moeyaert won met zijn werk zo’n beetje alle literaire prijzen die er in Vlaanderen en Nederland te winnen vallen. Het vorig jaar verschenen Tegenwoordig heet iedereen Sorry (2018) is genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs. 

Bart Boudewijn Peter is de zevende zoon op rij. In België krijgt dat zevende kind vanzelf de koning als peetvader.
In ‘De koning is geweest’, één van de verhalen uit Broere is er sprake van dat cadeau en van koninklijk bezoek. Maar het boekje barst van de olijke en vrolijke anekdotes van het gezin Moeyaert: een bezoekje aan de stad  samengepropt in een auto, pissige wraak op een buurman die hun uit zijn zwembad verjaagt, het graven van een put, letterlijk en figuurlijk voor een ander op het strand, de aanschaf van een roeibootje, en zelfs het overlijden van oma geeft aanleiding tot heerlijke kinderlijke observaties.

Ongetwijfeld zijn jeugdherinneringen een van de belangrijkste bronnen inspiratie voor schrijvers, zeker die groep die de lezer wat meer wil bieden dan plot, spanning, amusement.  Daarin schuilt ook een gevaar: hoe fris, herkenbaar, gevat enz. ze ook verteld worden, bij elke lezer komt een verzadigingspunt. Tenzij die schrijver ook op andere manieren meerwaarde kan bieden. Bij Bart Moeyaert is dat ongetwijfeld zijn talent om in poëtische, maar niet gezochte taal uiting te geven aan die subtiele gevoelens en sensaties die in een kinderbrein omgaan, zo’n onbeschreven blad, per definitie hypersensitief.

Een kleine verzameling van vergelijkbare, en toch weer heel andere jeugdherinneringen; de eerste vier zijn vnl. schetsen uit kinder- en jeugdjaren, waarin de wereld ontdekt wordt vanuit het veilige (meestal toch) familienest.

  • Nikos Panayotopoulos (Gr), Handschrift: ‘in heldere, grappige, poëtische en diepzinnige verhalen bewaart de auteur zorgvuldig een jong leven, een tijdperk, een land, een stad, een familie’ (Annelies Verbeke)
  • Theodore Holman (Nl), Een lekker leven. Een puber uit een Nederlandse voorstad, die met beperkte financiële, karakteriële, en fysische gaven toch probeert de alternatieve trends van zijn tijd, het hippietijdperk te beleven. Hilarisch, met zoveel zelfironie geschreven!
  • Sofja Kovalevskaja, Herinneringen aan mijn kindertijd (1891). Geboren in een welgesteld Russisch gezin, raakt zij als dertienjarige ook in de ban van literatuur, en leert zelfs Dostojevski kennen.
  • Leo Pleysier, Wit is Altijd schoon (1998). Dicht bij huis (Rijkevorsel), en dus nog wat herkenbaarder, liefdevol portret van een zoon die wil loskomen van zijn moeder, maar zich tegelijkertijd onlosmakelijk met haar verbonden voelt. 

Talloos zijn de romans/novellen die ook kinderjaren beschrijven, maar er een meer samenhangende plot aan toe voegen. Twee mooie voorbeelden:

  • Maskerade (2003), van de bij ons te onbekend gebleven Noorse schrijver Lars Saabye Christensen. De openingszinnen van dit veeleer trieste familieverhaal over een jongetje dat van zijn twaalfde tot zijn 17de overleven moet in een vreemd gezinnetje ‘vol verzwegen gevoelens, verborgen levens en leugens’:

‘Ik had een prettige jeugd. Mijn moeder ging vroeg naar bed. Mijn vader stierf toen ik twaalf was. Ik was enig kind. We woonden in het grote appartement in de brede straat achter het Koninklijk Paleis.’

  • Wachten op Bojangles (Olivier Bourdeaut (1981):

‘Mijn vader zei dat hij voor ik werd geboren voor zijn werk met een harpoen op vliegen joeg.’ Na zo’n openingszin weet je dat je geen doordeweeks boek voorgeschoteld krijgt. De ik-figuur is een jongetje dat met zijn prettig gestoorde ouders en een kraanvogel (‘mejuffrouw Supertopinada’) in een enorm Parijs appartement woont waar voortdurend gekke feestjes plaatsvinden en vader en moeder graag dansen op Mr. Bojangles, een nummer van Nina Simone.
De absurde vrolijkheid die dit boek kenmerkt, kan aanvankelijk wel charmeren en doet denken aan de absurde, melancholische sfeer van de films van Jean-Pierre Jeunet (die kent u van Le fabuleux destin d’Am
élie Poulain).

(redacteur: Walter Pelckmans)