De tuinen van Dorr
×
De tuinen van Dorr De tuinen van Dorr
Nederlands
© 2021
Vanaf 9-11 jaar
Wanneer een prinses en een tuinmansjongen verliefd op elkaar worden, verandert een heks hem in een bloem. Om de betovering te breken, moet de prinses vele gevaren doorstaan. Voorlezen vanaf ca. 8 jaar; zelf lezen vanaf ca. 11 jaar.
Onderwerp Liefde
Extra onderwerp
Titel De tuinen van Dorr
Auteur Paul Biegel
Illustrator Charlotte Dematons
Taal Nederlands
Uitgever Haarlem: Gottmer, © 2021
181 p. : ill.
ISBN 9789025773878

NBD Biblion

Redactie
Prinses Mijnewel en tuinmansjongen Jouweniet zijn onafscheidelijk van elkaar. De heks Sirdis verandert de jongen in een bloem en daarmee begint de ellende. Mijnewel moet het zaadje van de bloem op een bepaalde plaats planten om de betovering te verbreken. Die plaats blijkt de spookstad Dorr te zijn. Dit uit 1969 stammende verhaal van vele malen bekroonde auteur zit prima in elkaar. In een spannend en meeslepend avontuur, geregeld onderbroken door tussenvertellingen waarin de voorgeschiedenis uit de doeken wordt gedaan, wordt de lezer, zonder dat hij of zij uit het verhaal kan stappen, naar de grote ontknoping gevoerd. Deze herziene druk bij een andere uitgever heeft een iets groter formaat, maar wel de kleurenillustraties van Charlotte Dematons. Op het omslag een illustratie van Mijnewel in een donker bos, die de spookachtige sfeer goed weergeeft. Een sprookje van allure! Vanaf ca. 10 jaar.

Pluizer

De tuinen van Dorr
Annie Beullens - 22 januari 2015

Dit is nog eens een heerlijk, echt verhaal. Het gaat over een onmogelijke liefde tussen een prinses en een tuinman. En over hoe ze gedwarsboomd worden door een heks, die niet alleen de koning betoverd heeft maar ook een hele stad met al zijn inwoners deed verstenen. Zo werd Dorrodisia de stad Dorr. De prinses en de tuinman hebben toepasselijke namen, respectievelijk Mijnewel en Jouweniet. Maar Jouweniet is door de heks betoverd in een bloem. Sindsdien loopt de prinses de wereld rond om een geschikte groeiplaats voor haar tuinman te vinden. Elk jaar maakt de bloem één zaadje, dat de prinses heel de winter lang in een zilveren doosje om haar hals draagt. Bij haar zoektocht wordt ze gevolgd door de speelman, die ook verliefd op haar is, en die haar beschermt. Na vele omzwervingen weet de prinses dat haar tuinman alleen weer mens wordt als hij geplant wordt in de tuinen van Dorr. Maar om in Dorr te geraken moet ze met een akelige dwerg over een zwart water. In ruil voor een zoen wil hij haar overzetten. Die zoen blijft als een zwart merkteken op Mijnewels wang staan en is tegelijk het paspoort om in Dorr binnen te raken. Ook haar naam verandert, ze wordt Dwergelief genoemd. In de versteende stad heerst doodse stilte, angst en grauwheid. Maar Dwergelief is vastberaden en trotseert de gevaren. Na een ultieme confrontatie tussen goed en kwaad, volgt een happy end. Het verhaal is verpakt als raamvertelling, in bijna elk hoofdstuk wordt een verhaal verteld dat ofwel een deel van het raadsel ontsluiert of waarin verteld wordt wat er gebeurde voor de prinses het zwarte water overstak, want dat is het begin van het boek. De gehanteerde taal is soms archaïsch en soms pure fantasie. Zo bijvoorbeeld de heksentaal: bedirpsen, harker, verschoffelt, verknoerpt, versjijns... Hier en daar wordt wel een te grote sprong gemaakt. Maar het is een soort verhaal dat je tegenwoordig nog maar zelden ziet verschijnen. Een schitterend voorleesboek is het ook. De illustraties van Fiel van der Veen zijn als goede wijn, ze behoeven geen krans.