Ons oordeel

  • opvallend: verschillenden onder ons gaven aan dat ze het boek zelf nooit zouden gekozen hebben, maar onden het toch een aangename verrassing.
  • Het leesgenoegen was  echter niet onverdeeld. De belangrijkste kritiek op het boek was het uitdeinende tweede deel: Jerry’s fraude komt ongeveer halverwege het boek aan het licht, en dan begint een langzame neergang: het groeiend onvermogen van J.K. om het tij te keren, Andy die feilloos  aanvoelt dat er vanalles mis gaat; de pogingen om nog een en ander uit de brand te slepen, mislukte familiale suïcide (mislukt omwille van buitensporig drankgebruik,  of verteerde Ruths cocq-au-vin niet goed?); en dan de gevangenis … De flaptekst verwees al naar ‘schuld en boete’ of Misdaad en straf van F. Dostojevski – een boek dat helemaal gewijd is aan de geestelijke ontreddering van de hoofdpersoon na het plegen van een gruwelijke misdaad.
  • Kunnen we ons inleven  in de personages? Pefko heeft  zich inderdaad heel wat moeite getroost om van de Kirschenbaums niet zomaar hebzuchtige schurken te maken: ze leven intens en met stijl, doen aan liefdadigheid, zijn een hecht gezin, en gaan tot het uiterste voor hun zoon Andy. Bovendien slooft Jerry zich uit om steeds maar aan te tonen dat zijn financiële constructies een boel van zijn vrienden massa’s geld hebben opgeleverd; als het schip zinkt probeert hij toch nog de minder kapitaalkrachtige slachtoffers te vergoeden; zelfs in de gevangenis schijnt Jerry populair te zijn.
    Zijn populariteit in Joodse kringen doet wat denken aan een godfather-maffioso: hij heeft een kring van aficionados om zich heen, die doorgaans bereid zijn hem in alles voor lief te nemen.
    Maar de pogingen om de Kirschebaums met een waas van warmte en sympathie te bestuiven, worden grotendeels teniet gedaan doordat er aan bijna alle andere personages een onsympathiek kantje zit: geldzucht, goedgelovigheid, arrogantie … alom in Jerry’s omgeving, of het nu over een witgoedkoning op rust gaat, de ambitieuze boerenzoon-blaaskaak uit Kentucky, of Eduardo de chauffeur die dacht dat de American Dream ook wel eens voor sommige Latino’s weggelegd kan zijn…: hoe bedrogen komen ze uit.
  • Wat het lezen alleszins bevorderde waren de vele korte hoofdstukjes, en steeds wisselende invalshoeken (dat was ook al zo in Pefko’s eerste roman Levi Andreas). Een soort literaire snack-stijl. Steeds opnieuw presenteert de schrijver een nieuw personage of verrassende ontwikkeling die om verklaring vraagt. Zo werd het boek een echte pageturner, tot de lezer de indruk heeft dat het belangrijkste allemaal gezegd is.
  • Je kan het boek lezen als een zedenroman, een uitvoerige schildering van een joods-financiële upperclass in New York. Of dat altijd even subtiel gebeurt, daarover waren de meningen verdeeld.
  • Het boek mist bij nader inzien iets, wat veel lezers onbewust hopen te vinden in een pakkende roman: echte mensen van vlees en bloed, die geworteld zitten in een eigen cultuurkader, en in een omgeving met een eigen karakter, een natuur die mee hun levenscondities bepaalt, een snuifje gemeenschapszin… Het enige beetje ‘natuur’ in deze grootstadroman vol ontwortelde personages, zijn de vliegen en wespen, die op rotting afkomen.

 De Engelse literatuurwetenschapper Tim Parks beschreef een vrij recent type roman, de Dull New Global Novel”, de saaie nieuwe wereldroman, die zich richt op de moderne  kosmopolitische lezer, en die alle streekgebondenheid  en couleur locale mijdt. Pefko’s grootstadbewoners suggereren enerzijds een soort grootsheid, wervelende dadendrang en de kracht om het eigen lot te sturen; maar zehebben eveneens iets ‘unheimlichs’ en ultiem kwetsbaars, als is het maar door hun afhankelijkheid van weelde, en medicatie.

 - Samengevat: Daar komen de vliegen is een toch wat verrassende roman, technisch vlot geschreven, die een net niet te karikaturale wereld schept van Wall Street, een wereld die we sinds de bankencrisis met steeds meer scepsis zijn gaan bekijken. 

1. Bio- en bibliografie

David Pefko (°1983), Nederlandse schrijver van romans en verhalen. David Manos Pefko, die een Griekse vader heeft en eerder handelaar in vodden en lappen was, zelf  veroordeeld is geweest en enkele dagen vastzat voor belastingsfraude, debuteerde in 2009 met de roman Levi Andreas.

In 2011 verscheen zijn tweede roman Het voorseizoen. Hij schreef dit boek op het Griekse eiland Kos, na zijn ontslag als ober. De inspiratie voor het boek, dat hij in vier maanden schreef, vond hij - naar eigen zeggen - door het luisteren naar gesprekken in een bar.  Met dit boek won hij in 2012 de Gouden Boekenuil  en in 2013 De Inktaap .

In 2017 publiceerde hij Daar komen de vliegen, een roman geïnspireerd op de Bernard Madoffaffaire. Pefko publiceerde onder meer verhalen in Tirade, Hollands Maandblad, Vrij Nederland, Das Magazin, en op zijn website. Hij schreef columns voor De Morgen, De Standaard, en NRC Handelsblad. 

Romans

2009: Levi Andreas: ‘Rosa werkt in een stomerij in Oud-Zuid. Ze ervaart een grote leegte. Haar moeder heeft een fles gootsteenontstopper leeggedronken, haar broertje is naar Amerika vertrokken en haar vader kijkt avondenlang naar een spijkertje in de muur. Ooit studeerde ze psychologie, nu slijt ze haar dagen strijkend in gezelschap van de 'overhemdengodin' Angelica. 's Avonds zit ze alleen thuis. Haar leven neemt een wending wanneer ze in het borstzakje van overhemd nummer 217 een briefje vindt.
Terwijl de stomerij het podium wordt van een misdrijf, gaat Rosa op zoek naar de eigenaar van het overhemd. Als ze hem eenmaal op het spoor is, reist ze hem achterna via Brussel naar New York, Zuid-Amerika en uiteindelijk, in de woorden van de grootvader van Levi Andreas, 'een soort einde van de wereld'. (op Bol.com)

 011: Het voorseizoen: Evenals de debuutroman 'Levi Andreas' (2009) van de Grieks-Nederlandse auteur (1983) is ook dit een verhaal van eenzaamheid en onbereikbaarheid. 'I'm God's lonely man' uit het motto (ontleend aan de film 'Taxi Driver') krijgt gestalte in de 49-jarige politierechercheur Steve Mellors, met wie het in het troosteloze Engelse stadje Leicester bergafwaarts gaat sinds zijn vrouw er met de loodgieter vandoor ging. In een thrillerachtig decor is Mellors de depressieve antiheld in een serieuze politieserie, inclusief een substantieel deel dat zich afspeelt in de rechtbank. Vretend, drinkend, masturberend en medicijnen slikkend poogt de goedwillende Mellors greep te krijgen op zijn leven, uiteindelijk op een Grieks eiland in het lege voorseizoen. Tevergeefs, alles ontglipt hem; het hoogseizoen zal hij nooit halen. Boeiend beschreven tragiek, in de ik-stijl, van de midlife crisis man. Met eenzelfde kritiek als bij het debuut: het had wel wat korter gekund. Halverwege al groeit bij de lezer begrip voor zijn ex dat ze bij deze slapjanus wegliep.  (Drs. P. van der Haar, op Bol.com)

 Het verhaal is geïnspireerd door de Bernie Madoffaffaire, waar het een aantal details uit overnam, zonder verder biografisch te zijn: zo was Madoff ook joods, geboren in Queens; beide oplichters hebben een Ruth als echtgenote en een zoon Andy, parkeren hun miljarden bij de Chase Manhattan-bank; ook Madoff werkte vooral met rijke vrienden en liefdadigheidsinstellingen in New York en Florida (villa in Palm Beach!), had verschillende huizen, een yacht en adresje in Frankrijk; moest ook angstremmers slikken enz.

Maar Jerry Kirschenbaum is zeker Madof niet: Madoff werkte wellicht wel met een aantal medefraudeurs, en was wel degelijk actief  in de echte beurs- en aandelenwereld. Jerry is mer een karikatuur, inclusief zijn constructie met echte en vermeende Koreanen, en hang naar luxe.  

De zoon Andy, met Down-syndroom, is helemaal fictie, omdat Pefko van Jerry niet zomaar een monster wilde maken, maar een sympathieke family man (zie verder onder 4). Dat geldt overigens ook voor Ruth, half rijke bitch, half hondstrouwe echtgenote en moeder.

Pefko was al langer gefascineerd door Bernard Lawrence (Bernie) Madoff (°1938, New York).

Madoff gaf leiding aan Bernard L. Madoff Investment Securities dat hij oprichtte in 1960. Dit bedrijf was een van de grootste marktmakersfirma’s op de Nasdaq[1].

In 1992 werd door de Securities and Exchange Commission al onderzoek gedaan naar mogelijke fraude bij een accountantskantoor, Avellino & Bienes, dat zich had toegelegd op vermogensbeheer. Frank Avellino startte zijn carrière bij de firma van Madoffs zwager. Al vanaf 1962 begon hij klanten te werven voor Madoffs fonds. Toen de SEC informatie kreeg over de hoge jaarlijkse revenuen die hun fonds garandeerde (tussen 13,5 en 20%) dacht men daar aan ponzifraude, maar werd gerustgesteld toen men vernam dat de garantiestelling afkomstig was van één persoon: Madoff, die in die periode op het toppunt van zijn macht was, en voorzitter was van de NASDAQ. De SEC vroeg niet verder na.

Ook de Yanakis in het boek  is een afspiegeling van een reëel figuur: Harry M. Markopolos is een voormalig effectenhandelaar die later ging werken als onafhankelijk fraude-expert in Boston. Hij is bekend geworden als een vroege klokkenluider (in het Engels: whistleblower, vandaar het fluitje in de tv-show op blz. 327) in de mega-ponzifraude van Madoff. Eind 1999 werd hij door een van zijn medewerkers getipt over het royale en constante rendement van Madoffs fonds. Hij onderzocht vervolgens gegevens tussen 1993 en 1999 en kwam al snel tot de conclusie dat de voorgespiegelde rendementen alleen door fraude konden worden verkregen. In mei 2000 stuurde hij een rapport van 8 pagina's naar SEC, waarop hij ondanks herhaald aandringen geen antwoord kreeg; een hernieuwd schrijven eind 2001 had evenmin succes.

In 2008 begon de bankencrisis, met als dieptepunt het faillissement van Lehman Brothers Bank. In die tijd groeide ook het besef dat sommige instellingen ‘too big to fail’ waren, een term van een Amerikaans congreslid, Stewart McKinney, uit 1984: bepaalde actoren uit de financiële wereld mogen niet ten onder gaan, omdat dat het hele economisch bestel zou onderuit halen. In dat verband aanbevolen: journalist Joris Luyendijk (Nl) dompelde zichonder in de Londonse bankenwereld van The City, en schreef daarover Dit kan niet waar zijn (uitgeverij Atlas 2015).

Madoff werd in 2008, als enige uit die hele bankencrisis gearresteerd door de FBI wegens fraude. Hij wordt ervan beschuldigd zijn klanten met een ponzifraude  voor zo'n 65 miljard dollar te hebben opgelicht.

Dit vermogensbeheer stond los van zijn handelsactiviteiten als market maker op de Nasdaq. Indien het bedrag van 65 miljard dollar correct is, zou het de grootste individuele investeringsfraude ooit zijn. Voor deze fraude heeft Madoff een gevangenisstraf gekregen van 150 jaar.

Ponzifraude, vernoemd naar Charles Ponzi, een Italo-Amerikaan, is een methode om mensen op te lichtendoor een belegging aan te bieden waarbij de uitbetaalde gelden worden gefinancieerd uit de inleg van nieuwe klanten. Vaak biedt de oplichter daarbij een rendement aan dat erg hoog is bij een laag voorgespiegeld risico.

Met ponzifraude wordt de schijn gewekt van een zeer succesvolle belegging, waardoor steeds meer gegadigden worden aangetrokken.

Een hedgefonds of hefboomfonds is een beleggingsfonds dat open is voor een beperkt aantal investeerders en dat door de financiële autoriteiten wordt toegestaan om een groter aantal strategieën toe te passen dan een gewoon beleggingsfonds. In het algemeen wordt een "performance fee" betaald aan de beheerder. Zoals de naam suggereert proberen hedgefondsen in de klassieke variant de beleggingsrisico's die zij lopen te "hedgen" oftewel af te dekken zodat ze geen geld verdienen of verliezen aan stijgende of dalende markten. Ze behalen hun rendement voornamelijk uit prijsverschillen van gerelateerde effecten.

 Bernard Madoff

 3. Meer achtergronden, uit interviews

 Uit interview (zie link; best interessant om meer te weten over het ontstaan van het boek) met Pefko:

Wat fascineerde je zo aan Bernie Madoff?
Alles. Hij is een man met een gezin, een vrouw, een grote familie; een joodse man onder joodse mensen, die zijn eigen mensen opgelicht heeft. In mijn hoofd is het een gevoelige man, met angsten en psychische problemen. Nergens las ik daarover, op één zinnetje na: een oude arts van hem in New York had gezegd dat hij Madoff jaren angstremmers voorschreef. Onder het mom van een drukke baan op de beurs, dus veel stress, maar er was dus ook iets heel anders gaande.

https://vicemoney.nl/2017/06/14/david-pefko-vindt-het-best-knap-wat-bernie-madoff-gedaan-heeft/

 en ook:

Waarom zitter en zo veel perspectieven in je boek?
Eerst had ik alleen het verhaal over Jerry, maar halverwege vond ik dat niet voldoende. Andere personages wilde ik ook een stem geven, om Kirschenbaum van meerdere kanten te kunnen belichten. Ik wilde laten zien hoe zijn vrouw hem ziet, zijn chauffeur, zijn zoon, een werknemer, een gedupeerde, etcetera. Dat is ook de hele lol van het schrijven. Alleen Jerry’s perspectief zou te eenzijdig zijn geweest.

Welk personage vind je het sneust?
Eduardo, Kirschenbaums chauffeur. Die vijf hoofdstukken bij elkaar vertellen echt een Amerikaans drama: hardwerkende immigrant met zes kinderen die hogerop wil komen in de maatschappij, een huis koopt, dat kwijtraakt en nooit meer werk vindt.

 Je hebt een dure smaak, net als Jerry Kirschenbaum. Vond je het daarom extra leuk om uit te zoeken wat voor producten hij gebruikt?
Ik hoefde dat helemaal niet uit te zoeken, want ik wist dat al. Kirschenbaum heb ik iets chiquer gemaakt dan Madoff was. Madoff was toch een beetje Ralph Lauren van de jaren negentig, dat Amerikaanse protserige met streepjeshemden en zo. Kirschenbaum is een liefhebber van Italiaanse high-end. Dat kon hij makkelijk betalen, dus dat moest het worden. Er zit ook veel Madoff in: horloges verzamelen, dure cadeau’s geven. Maar die merken, die ken ik zelf ook. Dat hij een pak koopt van vijftigduizend dollar, dat vind ik heerlijk om te schrijven. Ik ben dan blij voor hem.

------------------------

Uit interview met Knack: (http://www.knack.be/nieuws/boeken/schrijver-david-pefko-toen-ik-zelf-in…)

PEFKO: Het stond heel snel vast dat Andy, zoals ook de zoon van Madoff heet, het syndroom van Down zou hebben. Ik heb er nog een sportfan of een amateur beursbelegger van willen maken - allemaal met Down - maar uiteindelijk is hij een jongen geworden die voornamelijk in zijn stoel hangt, tv kijkt en gekweld wordt door jeuk. Zijn ouders doen alles voor hem. Jerry zegt zelf ook dat zo'n zoon hem op een manier goed uitkwam.

Wilde u het gruwelijke beeld dat we van Madoff hebben corrigeren?

PEFKO: Ik heb nooit geloofd dat Madoff zo'n kille man zou zijn. Ik heb weleens interviews gelezen en filmpjes gezien waarin hij een heel sympathieke man lijkt. Dat zegt natuurlijk niets, en een goed oplichter heeft ook al die kenmerken, maar de media hebben voldoende aan een halve zin om van iemand een monster te maken. Als mijn kop op de cover van een groot magazine staat met een gruwelijke titel erboven, is er geen onderbouwd artikel nodig om heel veel mensen te doen geloven dat er iets mis is met mij. De meeste mensen lezen alleen de koppen of de tweets en trekken hun conclusies.

 Bent u tijdens het schrijven van uw boek een activist geworden, zoals Joris Luyendijk
na zijn onderzoek in de Londense City?

PEFKO: Niet echt. Ik vond dat boek van Luyendijk ook niet zo sterk. Hij zet bankiers weg als machtsbeluste psychopaten, terwijl ik nergens te weten kom hoe hun spel nu precies in elkaar zat. Ik heb voor mijn boek ook met enkele beurshandelaars gesproken. Ze zeiden dat ze niet meer dan een schema uitvoeren dat voor hen is opgesteld, en ook niet precies weten hoe het werkt. Ze roepen allemaal wel dat je een neus moet hebben voor de beurs, maar dat zou ik ook zeggen als ik niet weet wat ik doe.

 4. Mensvisie – waardering - recensies

Uit recensie van Tzum (https://www.tzum.info/2017/06/recensie-david-pefko-daar-komen-vliegen/):

Arjen Fortuin noemt Daar komen de vliegen een heiligenleven omdat Jerry Kirschenbaum zo sympathiek is:  “De volle overgave waarmee Pefko zijn held aardig laat zijn, is ernstig en fascinerend. Want wanneer het net zich om Kirschenbaum sluit, gaan zijn halfhartige ontsnappingspogingen vergezeld van oprechte zorgen om vooral de kleinere beleggers die in zijn val zijn getrapt; en hij vreest voor zijn familie. Het is de gewoonte om in dit soort boevenromans ‘de menselijke kant’ van de hoofdpersoon te belichten, maar Bernie Kirschenbaum is wat dat betreft over the top – hij is in bijna alles een geweldige kerel.”

Bo van Houwelingen roemt in de Volkskrant Pefko’s beschrijving van ‘de monsterlijke obsessie met geld’, maar stelt eveneens:

Als de ontmaskering dan eindelijk daar is, valt die wat tegen. Pefko slaagt er niet helemaal in de motieven van een fascinerende man als Jerry genoeg diepgang te geven. Zijn wandaden worden met een korte biecht afgedaan: ‘Het ging helemaal vanzelf, zoals iemand in een bar onder groepsdruk steeds meer gaat drinken, zo nam ik steeds meer geld aan.’ Ja ho eens, we hebben het hier over dertig jaar lang miljardenbedrog, niet over een avondje tequila’s atten.

Van Houwelingen ziet dit als een zwakte van de roman; het tegendeel is waar. Het verlangen naar ‘diepgang’, naar dieperliggende oorzaken die ten grondslag liggen aan wandaden is datzelfde eeuwig-menselijke 

 5. Meer achtergrond, o.m. het joodse milieu

 Interview met Ann de Bie op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=14bPAr0fyKI

  • Het boek begint met een bat mitswafeest van Abby Friedman, dochter van Aron Friedman (voor jongens: bar mitswa; resp. dochter/zoon van het gebod), soort plechtige communie op 12/13 jaar met familiefeest.
  • Blz.  348: Bij het joods huwelijksritueel wordt het bruidspaar na de ondertekening van de huwelijksacte naar de choepa gebracht, het huwelijksbaldakijn dat op vier palen staat.
  • Aan het eind van de huwelijksplechtigheid breekt de bruidegom een glas, door er met zijn voet op te trappen, als herinnering aan het feit dat de vreugde toch niet helemaal compleet is, vanwege de verwoesting van de Tempel en de val van Jeruzalem. Het glas is in papier of doek gewikkeld. Tegelijkertijd roepen de omstanders mazzeltov (veel geluk).
  • Dan is er de fascinatie voor luxeproducten, exclusieve wijnen en delicatessezaken. Ze zijn niet verzonnen.

 Acqua di Parma, Berluti loafers,  Patek Philippe horloge (om en bij 60 OOO dollar), E. Marinella stropdassen, Kiton maatpakken …

 ​Verder zijn er JERRY’S AUTOMATONS, zoals die exclusieve van Jaquet-Droz (1721–1790). Het gaat om spectaculaire toestelletjes, al van de 18de eeuw hebbedingetjes voor de rijken der aarde: https://www.youtube.com/watch?v=ra1-FdjdfTE.  De Zwitserse firma Jaquet-Droz bestaat nog steeds en produceert exclusieve horloges.

Jerry K.’s kinderlijke belangstelling voor deze automaten is geen toeval: zijn hele geldhandel berust op automatismen en mechanismen die je niet in vraag moet stellen, en die wonderbaarlijke resultaten hebben zolang het goed gaat. Misschien zijn de Jungs wel het geheime aandrijfveertje. Als zij verdwijnen …

Het moest zo zijn dat in de gevangenis Jerry’s eerste automaton het laat afweten.

De bekende omslagtekening van het boek ziet de mens als zo’n automaton, waarin ‘het hart’ van de hele motoriek een halve dollar is!

[1] de NASDAQ National Association of Securities Dealers Automated Quotations: in 1971 opgerichte Amerikaans effectenbeurs, die zich vooral op technologiebedrijven focust; ook genoemd: de schermenbeurs, omdat de handel niet via menselijke acties verloopt, maar volledig automatisch door computers wordt afgehandeld. Er is dus niet zoals op de New York Stock Exchange  een chaotisch door elkaar roepende menigte van handelaren, maar een set computerschermen die in stilte de handel afwerken.

 (redacteur Walter Pelckmans)