Wat we van het boek vonden

Eerst wat reserves, dan de verdiensten:

Om in de stijl te blijven: niet iedereen vond het boek zo’n hoge toppen scheren:

Je kan het boek wat zweverigheid en naïviteit aanwrijven, die in de jaren  70 meer thuishoren;

sommigen vonden vooral dat de natuurbeschrijvingen gaan vervelen. Een zekere idealisme, erg on-postmodern verder; een personage als Bruno dat sommigen veeleer geforceerd en ongeloofwaardig vonden. Daarvan vond ik ook wat terug bij Christophe Vekeman op https://klara.be/een-levensveranderend-boek

 “aanvankelijk een teleurstellend boek, maar gaandeweg raakte ik volledig in de ban.

Elke muziekliefhebber kent uiteraard het fenomeen van de zogenaamde ‘groeiplaat’: een album waarvan de kwaliteiten zich aanvankelijk slechts moeizaam prijsgeven en waarvan de songs nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, maar dat zich vervolgens, na meerdere beluisteringen, tot een niet beu te draaien en veelgelaagd meesterwerk ontpopt. (…)

Toch kwam de term in mij op nadat ik 'De acht bergen' van de Milanees Paolo Cognetti (1978) had voleindigd. Onderhavig boek, namelijk, was in de loop van 240 bladzijden voor mijn van verwondering steeds wijder wordende lezersogen uitgegroeid van een wat makke, al te rustige roman – ‘een zo braaf boek dat je het voortdurend over de bol zou willen aaien’, zoals ik het tijdens mijn lectuur noteerde – tot een boek dat warempel in staat blijkt te zijn je leven te veranderen.

(…)

Meer info

"Bergen zijn het begin en het eind van alle natuurschoon"  (John Ruskin,  in Modern Painters)

"Ik zou veel van de Alpen houden als de bergen er niet waren" (John Spence, 1730)

Met een spijker tekende ik de mandala op een plank. ‘Dus dan zou jij degene zijn die de acht bergen langsgaat en ik degene die naar de top van de Sumuru klimt?’ vroeg hij me toen ik was uitverteld.

‘Daar lijkt het wel op, ja.’

‘En wie van de twee brengt iets goeds tot stand?’ ‘Jij,’ antwoordde ik. Niet alleen om hem een hart onder de riem te steken, maar ook omdat ik dat echt geloofde.

Paolo Cognetti (Milaan1978)

begon een universitaire studie wiskunde  maar stapte over naar de filmacademie van Milaan. Sinds 2004 maakt hij documentaires. Daarnaast is hij als schrijver actief. Hij verwierf wereldwijde bekendheid met zijn roman De acht bergen uit 2016 waarvoor hij onder andere de Premio Strega[1] in Italië won, alsmede de Prix Médicis étranger in Frankrijk.

Voor foto’s en andere illustraties, zie PPT.

  • Le otto montagne, Turijn , 2016 (vert. De acht bergen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2017)
  • Twee andere boeken in Nederlandse vertaling: Sofie draagt altijd zwart, de buitenjongen.
  • Cognetti publiceerde ook drie verhalenbundels, die (bij mijn weten) nog niet in het Nederlands vertaald zijn.

Op zijn dertigste brak Cognetti radicaal met zijn oude bestaan. Als berooide documentairemaker en schrijver, pendelend tussen Milaan en New York, trok hij zich terug in het verlaten bergdorpje Estoul, in het Aosta-dal. Daar, op 1800 meter hoogte in een noordwestelijke uithoek van Italië, wijdde hij zich uitsluitend nog aan schrijven.

Zijn roman De acht bergen werd een internationale bestseller.

Naar eigen zeggen wilde hij ermee een roman schrijven over ‘de opvoedkundige waarde’ van de bergen.

Kiezen tussen twee levens?

“A fine book, a rich, achingly painful story that is made for all of us who have ever felt a hunger for the mountains. Few books have so accurately described the way stony heights can define one's sense of joy and rightness. And it is an exquisite unfolding of the deep way humans may love one another.” —Annie Proulx

Het is een boek over uitersten, tegenstellingen, zonder zwartwitkeuze: stad vs bergen; vaders en zonen; mannen en vrouwen; globalisering vs honkvastheid, vooruitgangsdenken en economie vs. een eeuwenoude levensstijl …

De  titel – twee vrienden die uitersten zijn

‘De acht bergen’  verwijst naar een Boeddhistische wijsheid, aan Pietro in Nepal verteld. Je hebt mensen die de wereld rondreizen om veel (acht bergen) te zien, terwijl anderen enkel in de eigen grote berg, eigen honk, leven geloven en zo misschien meer bereiken dan rusteloze zoekers.

Pietro beseft gaandeweg, dat Bruno in zijn eenkennigheid meer kon bereiken dan hijzelf: inderdaad, een eigen bedrijf, vrouw en kind. Maar toch: in deel 3 vindt Pietro, net terug van Nepal, de alleen achtergebleven Bruno in zijn ‘barma’, bedreigd door lawines; hij betaalt een zware tol voor zijn koppigheid: faillissement, verliest gezin, en uiteindelijk zijn leven aan de berg.

De mens kan proberen bergen te temmen, maar zij overleven alles: boerderijen en almhutten worden verlaten, de natuur overwoekert ze weer. Daarom koos Cognetti ook een motto, ontleend aan Coleridge’s, The Rime of the Ancient Mariner, over de impact van de natuur op de ontwikkeling van het individu.

Met Coleridge en William Wordsworth, twee romantische dichters die Cognetti bewondert, zitten we bij een hoofdingrediënt van het verhaal: Cognetti schildert in eenvoudige taal de charme van een zelfvoorzienend leven in de bergen. “De geur van de stal, van hooi, gestremde melk, vochtige aarde en houtrook, is vanaf dat moment altijd de geur van de bergen geweest”.

Maar door twee hoofdfiguren tegen mekaar te plaatsen, die elk op hun manier winnen en verliezen, gaat de eco-ondertoon nooit drammerig klinken.

Nog een tegenstelling:

Elke bergbewoner, vertelt Cognetti in een interview[2],  weet dat elke vallei ‘twee  gezichten’ heeft: in de Val d’Aosta van Pietro en Bruno is dat de ‘adrech’  (rech(s)te) en de envers (omgekeerde), de zonnige en de schaduwzijde. En zo zijn er ook adretmensen en enversmensen. Het komt eropaan jouw soort te vinden, en eraan vast te houden.

Verder in het interview licht Cognetti toe hoe hij Pietro’s moeder en vader als tegenpolen schetste: FP: “My mother liked windows.” Those four words seemed to contain an entire world, or at least another dozen possible stories or other branches within the story. What's behind those four words?

PC: There are people who observe a lot. And people who feel a lot, too. It seems to me that the world is divided into those who understand others and those who do not care because they are caught up in themselves. The people [who fall into the second category] don’t care about windows—they get bored standing there and looking out. Pietro’s mother, on the other hand, is able to stand at the window for hours, trying to understand the world around her. I included Coleridge’s verses at the beginning of the book to better explain this: He prayeth well, who loveth well. But it can also be said that those who have loved well have lived well, or that those who have loved well have written well. That is the meaning of the window.

Moeder, de huiselijke, zorgende, op de wereld gericht; vader, de in zichzelf gekeerde, de verveelde, steeds op zoekende, vluchtende

De vader-zoon verhouding

Die verhouding is complex, net zoals die tussen Pietro en Bruno: ze lijken wel magneten die mekaar naargelang de situatie aantrekken en afstoten.

Hij was (we schrijven1972) chemicus ‘in een fabriek met tienduizend arbeiders, voortdurend opgeschud door stakingen en ontslagen, en als er daar ook maar iets voorviel, kwam hij ’s avonds als één bonk woede thuis. (…) Hij bleef intussen stug elke ochtend naar de fabriek gaan alsof hij de loopgraven in moest.’

Vader Giovanni  is hard: als je met hem de bergen in trok, moest je niet klagen over honger of vermoeidheid.

Verbitterd ook, teleurgesteld en dan ook cynisch  over  zijn werk als wetenschapper, over de mensenwereld in de stad, over zijn zoon zelfs - die meent dat Bruno veel meer de zoon zou zijn die zijn vader wenste. Frustratie bestrijdt hij door extreme uitdagingen. Een eenzaat, die, als hij geen andere klimmers vindt die hem mee willen nemen, maar alleen zijn toppen en gletsjers bestijgt. Huiselijkheid en warmte is hem vreemd.

Pietro deelt dan wel zijn liefde voor de bergen, maar zonder de kuitenbijterij van zijn vader: hij verkent liever verlaten berghutten, bewondert de overweldigende natuur, en gaat zich toeleggen op klimmen. Als opvoeder is zijn vader er een van de Spartaanse school. Pietro kan  weinig sympathie voor hem opbrengen, verwijt hem dat hij zijn leven vergooid heeft, rebelleert tegen hem, vindt er genoegen in zijn vader ‘afgestraft’ te zien als andere bergfanaten hem negeren. Toch zal hij later op zoek gaan naar vaders notities in de bergboekjes op de hellingen.

Ooit had de man bij een lawine zijn beste vriend, Piero, verloren, waaraan hij volgens sommigen –en zichzelf – ook schuld heeft. Hij trouwt met Piero’s zus, en vervreemdt eerst van haar familie, later ook van haarzelf. Hij krijgt wel de klappen als Bruno’s vader woest tekeer gaat wegens de studiebemoeienissen van de moeder (die overigens nergens een naam krijgt in het boek).

Hoe kwam dit boek tot stand?

Op de vraag welke schrijvers hem beinvloedden, noemt hij onder meer de antifascistische Natalia Ginsburg (Strega prijs in 1963, Ital. Communistisch verzet tijdens jaren ’30) die destijds ook met haar vader dezelfde beregn in trok; verder: Ernest Hemingway, Karen Blixen (Out of Afrtica): hij citeert zelf stukjes uit hun werk, “ but I don’t reveal the quotations—I want to see who finds them”! Ook vermeldt hij twee kortverhalen:  “The stories I had in mind were Andrea De Carlo’s “Two Out of Two” and Annie Proulx’s “Brokeback Mountain.” As you can see, my influences are very different from each other. But for me it is essential to have them in mind, and as I write, I read and reread their books. (I always say that if you're a writer, you should not read many different things, but reread your favorites until you learn them by heart).

Het kiezen van namen voor zijn personages: “I want them to be right for the places and times in which a story occurs. In the case of Bruno, the mountain kid, I visited many cemeteries and I discovered that his last name appears in all of the valleys of Monte Rosa. This place exists in a unique linguistic crossroads in the Alps, where Italian, French, and German, along with several dialects, meet. That's why the name varies from one valley to the next: It is Guglielmina in Valsesia, Willermin in Gressoney, and Vuillermin in Val d’Ayas. It was just right for him.
For Pietro and his father, I gave them names from my own family, only slightly altered. The mothers do not have names because, although they are also important in the story, this is a story about men.

Enkele figuren uit de roman zaten ook al in eerder werk van PC:

FP: This is not the first time that we meet Pietro. He was the child in an earlier story that seems to me to be the ancestor of The Eight Mountains: “The Rainy Season,” from your second collection, A Little Thing About to Explode. And in your third collection, Sofia Always Dresses in Black, there is the Pietro who Sofia meets in New York. In different moments of your life as a writer, you open different “rooms” of Pietro’s life. What is it like for you to revisit this character?

Even my Pietro changes his name at one point and becomes Berio, or “stone.” 

 De titel:

Cognetti maakte een reis naar Nepal omdat hij zijn personage in het boek dat ook ging laten doen:

PC: It’s a magic title—when I chose it I didn’t know what it meant. But at that time, the number eight followed me everywhere. I had just begun to write this story and I needed a title and I thought: I’ll call it The Eight Mountains and then maybe I will figure out what it means as I write it. It was the eight that brought me to Nepal, because it is a very important number in Buddhism. Reading the Buddhist texts, I found the figure of the eight mountains and I also understood the meaning of the end of the story. All from a title that dropped from the sky.

Speaking of daily life, this book took you to Nepal because when you knew that Pietro would go there to experience the far-off mountains, you had to go to learn about them, too. But your first trip to Nepal resulted in a choice that is now a part of your daily life: You have become a vegetarian. How did you arrive at this decision?

De onmiskenbare kwaliteit van het boek schuilt in de fascinerende werking die uitgaat van de door hem beschreven natuur.

Klinkt dit allemaal alsof er niet al te veel zeer spectaculaire voorvallen in deze roman zijn aan te treffen? Klopt, en dat was ook waarom het boek in het begin dreigde teleur te stellen. Een daarmee verband houdende notitie die ik maakte tijdens mijn lectuur: ‘Het uit-en-te-na beschrijven van natuur is even onzinnig als het navertellen van een literair hoogstaande roman of het proberen in woorden te vatten van een schilderij.’ Na 'De acht bergen' weet ik dit echter niet meer zo zeker.

De onmiskenbare kwaliteit van het boek, immers, schuilt niet zozeer of toch zeker niet uitsluitend in de psychologie, de levensechtheid van de personages, de verteltechniek die Cognetti hanteert enzovoort, maar wel degelijk ook en vooral in de fascinerende werking die uitgaat van de door hem beschreven bergen, de bossen, de zon en de sneeuw en kortom ‘de natuur’, zoals enkel stadsmensen dat volgens Bruno noemen.

Wellicht, zoals bij vele boeken, is het het soort lezer dat een aantal eigenschappen en ingrediënten gaat bewonderen of er juist op afknappen: lezers zijn ook berg- of stadsmensen, aftasters van fysische grenzen of beschouwende raamstaarders, adretmensen of enversmensen.

Algemeen werd, voor een keer, ook de eenvoudige stijl gesmaakt. Hoewel rechttoe rechtaan, verwerkte PC toch ook mooie ideeën en metaforen in het boek: de mandala van de acht bergen en de centrale berg om Bruno en Pietro tot zelfinzicht te laten komen, de metafoor van de rivier, waarvan de toekomst niet dalwaarts, maar stroomopwaarts te vinden is; de rivier van het leven, die een kind nog beperkt ervaart, maar de ouder beter kan doorgronden:

(blz. 23): “In die dagen (eerste keer met zijn ouders in Grana) werd de beek mijn verkenningsterrein. Er waren twee grenzen waar ik niet voorbij mocht: stroomopwaarts een houten bruggetje waarachter de oevers steiler werden en zich vernauwden tot een kloof, en stroomafwaarts het struikgewas aan de voet van de rots, waar het water zijn weg vervolgde tot onder in het dal. Dat stuk kon mijn moeder vanaf het balkon overzien, maar voor mij stonde het gelijk aan de hele rivier.”

En iets verder wordt de metafoor explicieter: “verderop vertraagde hij en vertakte zich, alsof hij van jongen ineens volwassen werd, en doorsneed door sparren gekoloniseerde eilandjes die ik gebruikte om over te steken en op de tegenoverliggende oever te springen. Nog meer naar beneden, op het punt waar een couloir op uitkwam, had zich door een opeenhoping van allerlei hout een wal gevormd (…)Voor mij was dat het moment in het leven van de beek waarop die een obstakel tegenkwam.”

De lezer-tussen-de-regels ontdekt daar overigens ook een maatschappelijk en tijdskader: in de jaren ’70 was het Westen gedompeld in een sfeer van malaise, niet alleen als gevolg van een steeds beangstigender wordende ecologische evolutie, maar ook een politieke malaise: overal in Europa doken extreme en gewelddadige partijtjes op die een schaduw wierpen op de steeds groeiende welstand in een verstedelijkte en opengegooide wereld:

The economic prosperity was however overshadowed in the late 1960s and early 1970s during the so-called Years of Lead  (Starting in the late 1960s, Italy experienced more than a decade of violence, known as the "Years of Lead". Armed groups on the far right and far left carried out bombings, kidnappings and assassinations. Almost 400 people were killed.)

 (RAF, CCC, Rode brigades in Italië, Ordine Nuovo, Bende van Nijvel (1982-1985), Westland New Post). Blz.13 ‘Milaan in Brand’: Milaan was in de greep van een nooit gezien golf van straatterreur, stakingen en politiek terrorisme; hee dieptepunt was de bomaanslag van 12 december 1969 op een grote bank (foto, zie ook PPT) op de Piazza Fontana, waarbij 17 doden vielen en 88 gewonden.

Ook vermeldt Cognetti even (blz .168)Murray Bookchin ( VS, 1921-2006)  geldt als de grondlegger van het eco-anarchisme , ook wel groen anarchisme genoemd.

“Bookchin was een kind van Russische emigranten. Hij werd al op jeugdige leeftijd lid van een communistische jeugdbeweging, maar nam eind jaren dertig afstand van het stalinisme en sloot zich aan bij de trotskistische beweging in Amerika. Hij vervulde arbeidersbaantjes, onder andere in een gieterij en een autofabriek. Tijdens deze periode realiseerde hij zich dat de arbeidersklasse geen revolutionaire kracht bezat en zag dit als het ‘failliet’ van het marxisme. Vanaf eind jaren veertig begon hij artikelen te schrijven, toen al over ecologische onderwerpen, zoals de gang van zaken in de levensmiddelenindustrie. Vanaf eind jaren vijftig noemde hij zichzelf anarchist.

Vanaf eind jaren tachtig ontwikkelden de ideeën van Bookchin zich steeds meer naar  een geëngageerd politieke richting, waarin de belangrijkste onderwerpen zijn alternatieve toepassingen van technologie, individuele zelfexpressie, ‘dialectisch naturalisme’ (een term van hemzelf, teruggrijpend op Hegel) en antiglobalisme. Bookchin werd de mondiale voorman van de libertaire groene beweging en was betrokken bij diverse grote demonstraties en de organisatie van grote internationale congressen.” (Wikipedia)

 Ook gewaardeerd, en eigenlijk (zegt oog Cognetti zelf) eerder zeldzaam in de literatuur, werd de vriendschap tussen twee jongens (niet homo-erotisch, al zal menige lezer dat op een bepaald moment wel verwacht hebben). De aantrekkingskracht tussen de twee uitersten blijft geloofwaardig:

(Nogmaals uit het interview:) “But though Pietro has travelled across the world, Bruno has never left Grana, and it’s fascinating to watch Pietro grapple with the push and pull of enduring friendships; how they work and what they mean. The perceived simplicity of Bruno’s life is alluring: when the pals begin to renovate an alpine hut, Bruno tells Pietro not to worry about how long it will take. “So what should I think about?” asks Pietro. “About today,” comes the reply. “Look what a beautiful day it is.”

De vraag: waarom werd dit boek zo populair?

  • Omwille van de natuurmystiek, natuurbeschrijvingen die leiden tot diepe ervaringen; en gewoon, sommige lezers (her)kennen het genot van bergtochten, anderen willen er best over lezen
  • Veel lezers vonden vast iets terug van oude jongens- en meisjesdromen over een vrij leven in de natuur, weg van de drukte, stank, lawaai (vul de clichés maar verder aan) van de stad, waar de ene mens een wolf is voor de andere (homo homini lupus, schreef Plautus al in de oudheid). Het Walden-experiment van Emerson en Thoreau dus, de drijfveer van hedendaagse bushcrafters; en wellicht lazen veel oudere lezers die ooit nog hippiedromen in die zin hadden (bijv. leven van een kaasboerderijtje met veel creatieve zelfredzaamheid), met enige opluchting dat hun uiteindelijke keuze voor een burgerleventje uiteindelijk verstandiger was, gezien het lot van Bruno.
  • Maar zeker ook: de vlotte leesbaarheid zonder gekunstelde verbaliteit en vernuftige ideeën, gekoppeld aan veel herkenbare menselijkheid, en verrijkt enkele levenswijsheden zonder herkauwverplichting.

Het ene boek leidt naar het andere …

De hoofdpersoon van Cognetti’s andere in het Nederlands vertaalde roman, De buitenjongen,  is een eenzame man van in de dertig. Zijn leven in Milaan is vastgelopen en hij mist de bergen van zijn jeugd, waar hij al tien jaar niet meer is geweest. Daarom besluit hij een hut te huren op tweeduizend meter hoogte en een paar maanden lang te leven op een manier waar hij vroeger stiekem van droomde: zielsalleen, omringd door wat dieren en zijn favoriete boeken.

Het leven in de bergen is eenvoudig, hij hakt hout, legt een tuin aan, maakt vuur. En langzamerhand sterkt hij aan en herontdekt hij wat hij in de loop der jaren was verloren. Wekenlang ziet hij niemand, tot er ineens toch een gestalte opdoemt.

Cognetti zal ongetwijfeld het grote Amerikaanse cultboek Into the Wild van Jon Krakauer over het waargebeurde verhaal van Chris McCandless, of de  verfilming uit 2007 kennen: het wargebeurde verhaal van een rijkeluiszoon die besluit alles achter zich te verbranden (letterlijk ook: zijn geld en identiteitskaart), om de wildernis in te trekken.

In de talloze besprekingen van De Acht Bergen op het internet wordt geregeld verwezen naar die andere Italiaanse bestseller over een vriendschap van twee tegenpolen, tussen twee meisje dan wel: Elena Ferrante, De Geniale Vriendin.

[1] De belangrijkste Italiaanse literaire prijs, vernoemd naar de Strega likeur. Bij de winnaars niet veel internationaal bekende auteurs weliswaar, wel o.m. Nathalie Ginzburg (zie verder), Umberto Eco: De naam van de roos, en Sandro Veronesi: Kalme Chaos.

[2] What the mountains remember, uitgebreid interview met PC door Francesca Pellas (in Engelse vertaling):

https://www.wordswithoutborders.org/dispatches/article/an-interview-with-paolo-cognetti-francesca-pellas-jessie-chaffee WWB Daily

(redacteur: Walter Pelckmans)