Ons oordeel

Onze meningen over het boek …

… waren enigszins verdeeld, maar overwegend enthousiast: vaak grijpt het verhaal echt aan, en Van Dis kan rachtige regels schrijven, beknopt, aforistisch zelfs, met een taalvirtuositeit van de ervaren schrijver.

Het boek werd niet als perfect ervaren, maar het is moeilijk om de tekorten precies te benoemen. Onder meer:

  • Van Dis verliest zich soms in details, die zeker niet aan elke lezer besteed zijn, ten koste van een in de greep houdend verhaal; er is geen grote spanningsboog, tenzij een psychologische;
  • Door het voortdurend door mekaar halen van de vele tijdslagen heb je alle aandacht nodig om bij de zaak te blijven; dat is enkel voor hel ervaren lezers een uitdaging; ook weet je soms niet meer of het de zoon of de moeder is die spreekt.
  • Van Dis komt uit de hoek als al te ervaren virtuoos in vertellen en het verhaal opbouwen. Zo gaan sommige verhalen in het verhaal over het verhaal: de swami in de grot, de kist met herinneringen.

Je zou ook kunnen bedenken dat Van Dis steeds maar literair profijt bleef puren uit “zijn” Nederlands-Indisch verleden, en er in totaal een vijftal romans mee vulde. Maar dat zou erg unfair zijn: als geen ander weet hij, steeds anders, er mensen en hun menselijkheid er groots mee te typeren. Groots in hun kleine kantjes. Vandaar die prachtige zin:

“We worden allemaal een bouillonblokje van onze eigen soep” (blz. 142)

Ik voeg nog Marie-Hélènes commentaar  toe, die goed samenvatte wat we als groep ook vonden:

Het begin van dit biografisch werk over zijn moeder voelde aanvankelijk als hard en grof aan en deed bij mij de bedenking

ontstaan “wil ik hier wel in verder”. Maar gaandeweg krijg je klaarheid waar die afstandelijke houding vandaan komt.

De directe taal en soms compacte bewoording blijft, maar de ironische, harde taal maakt plaats voor mildere taal. Uiteindelijk wil je verder in het verhaal en wil je meer te weten komen. Halfweg het boek zal Adriaan zelf op zoek gaan naar de goede eigenschappen van zijn moeder, naar de sterke bewonderenswaardige vrouw die ze toch wel is.

De vele verhaallijnen (ca 10) vloeien soepel in elkaar en zijn een punt van appreciatie maar vragen wel een een geconcentreerde aandacht bij het lezen: “waar zit ik in het verhaal?”

Adriaan schrijft niet zonder eigenbelang want hij heeft een schrijfcontract lopen.

De moeder vertelt haar levensverhaal als hij haar helpt bij de dood “Jij een verhaal, ik een pil” Het gaf me het vreemde gevoel een verhaal te lezen terwijl Adriaan zijn boek aan het schrijven is, een boek in wording. De problematiek van het verlangde levenseinde wordt hier op een heel eigen beklijvende manier gebracht.

“Ik kom terug” is niet mijn favoriete boek maar toch één dat ik niet zou afraden om te lezen.

Meer info over: IK KOM TERUG door  Adriaan Van Dis

Een roman over moeizaam opgroeien en aftakelen:

“We worden allemaal een bouillonblokje van onze eigen soep” (blz. 142)

  1. Zijn leven en werk: intens verbonden met zijn romans

Zijn vader was Victor Justin Mulder, geboren in Nederlands-Indië (ndonesië)  uit Nederlandse ouders, en zijn moeder, een boerenmeisje Maria van Dis uit Breda. Zij hadden elkaar in Nederlands-Indië leren kennen. Zij had toen al drie dochters uit haar huwelijk met een ‘gekleurde’ KNIL-militair. Ook zijn vader was in Indië al eerder getrouwd geweest. De familie was door oorlog getekend. Als overlevende van het door de Britten getorpedeerde schip Junyo Maru  werd zijn vader tewerkgesteld aan de Pakanbaroespoorweg op Sumatra. De eerste echtgenoot van zijn moeder werd tijdens de Japanse bezetting  (1942-1945) onthoofd en zij belandde met haar dochters in een interneringskamp .

Adriaan, na de oorlog in Nederland geboren, was als het enige blanke kind en zonder eigen Indische geschiedenis in dit gezin een buitenstaander. Met nog drie andere gezinnen kreeg het gezin een repatriantenhuis  in Bergen aan Zee  (boven Amsterdam) toegewezen.

Adriaans ouders konden niet met elkaar trouwen. Zijn vaders  islamitische  scheiding had in Nederland geen geldigheid. Voor  de buitenwereld droeg Adriaan de naam zijn Mulder, maar fficieel kreeg hij echter de achternaam van zijn moeder: Van Dis.

Adriaan van Dis  groeide op in Bergen aan Zee, als het enige na de oorlog in Nederland geboren kind. Zijn jeugd en het verzwegen oorlogsleed van zijn familie spelen een belangrijke rol in zijn literaire werken, waaronder het ook sterk autobiografische Indische duinen.

Zijn vader was door zijn oorlogservaringen getraumatiseeerd en arbeidsongeschikt verklaard. Bovendien vond hij het als  migrant moeilijk om zijn plaats in het hem onbekende Nederland te vinden. Hij was altijd thuis en voedde Adriaan streng op en sloeg hem vaak. Adriaan herinnert zich hem als een wrede man, maar kan hem tegelijkertijd als een slachtoffer zien.

Zijn vader overleed toen Adriaan tien was. Ondanks hun moeilijke relatie was Adriaan getroffen door het verlies, wat zijn schoolprestaties negatief beïnvloedde. Hij ging naar de scholen in Hilversum, en daarna naar Amsterdam om Neerlandistiek  te studeren Ook studeerde hij in 1973-74 aan de universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika. Zijn doctoraalexamen deed hij 1978 in de Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Letterkunde. In de Zuid-Afrikaanse taal herkende hij veel van het Petjo dat vroeger voor de grap bij hem thuis werd gesproken: kromtaal met veel verkeerd gelegde klemtonen. Ook de beladenheid van huidskleur in de Zuid-Afrikaanse literatuur herkende hij.

In 1983 verscheen zijn debuutroman Nathan Sid, waarin hij het o.m.  over het eten  van ‘zijn’ jeugd heeft (Sid – Dis).

Tussen 1983 en 1992 presenteerde Van Dis het spraakmakende VPRO-programma Hier is... Adriaan van Dis, en van 1999 tot 2002 was hij presentator van Zomergasten. Een opmerkelijke uitzending was die, waarin hij de gecontesteerde journalist Willem Oltmans interviewt, en uiteindelijk met hem in de clinch gaat. Hilarisch! https://www.youtube.com/watch?v=ieZSWAUg9yA.

Naast zijn televisiewerk schreef hij vele romans, reisverhalen en novelles, waaronder In AfrikaDubbelliefde en De Wandelaar.
Voor de VPRO maakte Adriaan van Dis de reisseries 

- Van Dis in Afrika (2008), waaruit hier een hartverwarmend fragment: https://www.vpro.nl/speel~POMS_VPRO_608325~frament-het-coladrinkende-jo…

-  Van Dis in Indonesië (2012). Ook hier confronteert hij met verborgen leed: bekijk de indringende beelden vaneen vrouw die, na haar echtscheiding van een man uit een lagere kaste, aan haar lot is overgelaten: https://www.vpro.nl/speel~POMS_VPRO_608324~fragment-van-dis-ontmoet-verstoten-bijna-dode-vrouw~.html

  1. De schrijver Van Dis: de zoektocht naar identiteit en familiaal verleden

Zijn eigen leven, het verleden van zijn familie en zijn reizen rondom de wereld vormen zijn belangrijke inspiratiebronnen. 

De zoektocht naar een eigen identiteit en de omgang met tegenstellingen (zoals blank-zwart) spelen dan ook een belangrijke rol in zijn werk. In Ik kom terug (2014), schrijft Van Dis over het leven en stervensweg van zijn moeder.  Een interview van Pieter van der Wielen met Adriaan van Dis over deze roman:

https://www.vpro.nl/boeken/programmas/boeken/2014/9-november.html

Wie Indische Duinen las, beseft dat dit  boek en Ik kom terug complementair zijn: beide gaan over het leven van een gefictionaliseerde familie Van Dis, na hun terugkeer uit Indonesië naar Nederland in 1946. Nu ja, ‘familie’ gebruiken we hier gemakshalve voor een complex geheel van verwanten. Maar complementair:

  • In Indische Duinen behandelt het alterego van Adriaan van Dis vooral de relatie met zijn gewelddadige vader, en net zoals met zijn moeder in ons boek, schijnt die houding milder te worden naar het einde toe.
  • Indische Duinen gaat ook in sterke mate over zijn tweede halfzus, Ada, die in Ik kom terug nergens bij naam genoemd werd (dacht ik), en over Jana, de oudste, die emigreerde – vluchtte? - naar Canada. Ada sterft bij het begin, Jana aan het eind van dat boek.
  • Het is duidelijk dat de ik-figuur in Ik kom terug  nu in het reine wil komen met zijn zweverig-esoterische moeder, en op zoek gaat naar een familie waarvoor hij lang buitenstaander geweest is; een zoektocht die begint met meer haat en weerzin dan moederliefde:

‘Waarom liep je de kamer uit als die gek met het schuim om z’n bek het behang van de muren trok? Zag je mijn blauwe plekken nooit? Waarom smeerden je dochters ‘m zo snel naar het buitenland? En die sterren, dat gewichel… Waarom die kapstok der krankzinnigen? Maar ik hield mijn mond. Ik wilde haar geen pijn doen, nog niet.’

Het boek is de neerslag van  8 jaren bellen en praten met zijn moeder Marie, waarbij hij ‘heel wat putdeksels heeft dichtgelaten’, en anderzijds net als zijn  moeder is gaan ‘fabuleren’, verhalen verzinnen; het boek wordt dan ook gepresenteerd als een roman.

De relatie met zijn moeder is er een van haat-liefde:

  • eerste hoofdstuk: een wat vreemd gevecht om de geheime kist, restanten en tegelijk symbool van haar Java-verleden. De schrijver was toen 16; geeft onder meer zijn moeder een kopstoot in de buik, en hakt met een bijl op de kist in…
  • Hij had weinig band met zijn drie halfzusters, Jana, een niet bij naam genoemde tweede halfzus, en de zakelijke Saskia (It.) , die zijn moeder in haar laatste momenten bijstaat.
  • De relatie met zijn moeder: blz 100 sscheldt hij haar uit voor ‘kokette trut’; op p 101 is er voor hem ‘meer afstand dan ooit’ ; soms ook een heel fysische relatie: blz. 147-48
  • Het lospeuteren van verhalen lijkt erg op de passage (p 108-109) waarin de swami, yogileraar die ze in London gaan bewonderen, zich maandelang in een grot insloot, waarna zijn volgelingen een speldeprik-groot gaatje boorden om hem zo mm voor mm terug naar de wereld te halen. Alleen dringt in hun relatie niet langzaam het licht naar buiten, maar de donkerte.
  • Langzaam lukt het: bekentenissen i.v.m. Duitse dokter Carl; en ten slotte: haar kampjaren. Nochtans kwamen veel kampgruwelverhalen al voor in Van Dis’ eerdere boeken, waaronder Indische Duinen.
  • Ten slotte: te lezen op de website Indisch-Anders:

(Zijn moeder:)  ‘Ben je soms van plan een boek over me te schrijven?’
‘Misschien, als je wat minder liegt.’
Ze lachte schamper. ‘Hoor wie het zegt.’

Dit gegoochel met oprechtheid is deel van Van Dis’ feilloos volgehouden spel met autobiografie en waarheid. Alles wat tussen moeder en zoon voorkomt lijkt ‘echt gebeurd’. Niets is minder waar. Het boek zit vol fictie, de ik-figuur is een ‘verzinsel’ en het hele boek beantwoordt aan ‘het verlangen van de hedendaagse lezer’ naar herkenning en reality.

(http://indisch-anders.nl/van-dis-schreef-moederboek-met-tjabe-rawit/#mo…)

  1. Toelichtingen
  • ‘Drie oorlogen’: WO I en II, en de  dekolonisatiestrijd in Indonesië.

In de nacht van 28 februari op 1 maart 1942 gingen de Japanse troepen op vier plaatsen langs de Javaanse noordkust vrijwel ongestoord aan land, nadat de geallieerde strijdkrachten het eiland verlaten hadden/ Zij  werden geestdriftig toegejuicht door de inheemse bevolking, en in Atjeh kwam de bevolking zelfs al voor de komst van de Japanners in opstand tegen de koloniale autoriteiten. Op 8 maart  gaven de Nederlandse strijdkrachten zich over. De Nederlanders die nog in het land verbleven werden geïnterneerd in 'jappenkampen'. Gedurende de bezetting ontwikkelde de nationalistische beweging zich verder. De Japanse bezetting maakte een einde aan de Nederlandse overheersing en was een belangrijke stimulans voor de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging. Soekarno, de leider van de nationalistische beweging, werkte met de Japanners samen in de hoop dat Indonesië zijn onafhankelijkheid zou verkrijgen[3]. Toch werd de Japanse bezetting ook door veel Indonesiërs als zwaar ervaren. Volgens een VN-rammort  overleden er uiteindelijk vier miljoen mensen als gevolg van de Japanse bezetting.

Japan vormde in maart 1945 een Indonesisch comité met als doel dat het land zijn onafhankelijkheid zou verkrijgen. Uiteindelijk zou Indonesië pas na Japans nederlaag onafhankelijk worden.

  • De Franse tantes  van ‘Marieke’: De waldenzen, ook de armen van Lyon genoemd, waren oorspronkelijk aanhangers van een christelijke armoede beweging die in de 12de eeuw in Zuid-Frankrijk is ontstaan. De waldenzen wilden een apostolisch leven in eenvoud en armoede leiden. Toen ze later enkele sacramenten  en het vagevuur  verwierpen en zich ook tegen de kerkelijke hiërarchie  verzetten, kwamen ze in conflict met de Kerk, waardoor ze zowel in de middeleeuwen als tijdens de contrareformatie van de 16de eeuw met geweld vervolgd werden.
  • Woorden (blz 103): naarmate het boek vordert kom je steeds meer Maleisisch-Indonesische woorden tegen
  • Soedah (49): laat maar
  • p. 57:De I Tjing is een duizenden jaren oud Chinees orakel dat gebaseerd is op de gedachte dat alles altijd in verandering is. I Tjing betekent letterlijk 'Boek der Veranderingen'. De Bhagavad Gītā (letterlijk "Lied van de Heer") vormt een onderdeel van een zeer omvangrijk episch gedicht genaamd de Mahābhārata (letterlijk: "Groot India"), dat een grote rol speelt in het hindoeisme.
  • trassi (163): sterk tuikende pasta van gefermenteerde garnalen, basisingrediënt in Indonesische keuken.
  • Baboes (176) zijn huismeiden, dienstertjes; een njonja daarentegen is een (blanke) dame.
  • 178 kali: water, rivier; bandjir (187): watervloed, na overvloedige regenval
  • 183 kampong: ommuurde groep huizen, wijk
  • 184 Mendeka! Vrijheid, de kreet van de onafhankelijkheidsstrijders
  • De Gurkha’s (225): De Gurkhabrigade (Brigade of Gurkhas) is de verzamelterm voor een aantal elite-eenheden van het Britse leger die zijn samengesteld uit Nepalese militairen. Ze werden ingezet bij opstanden in groot-Indië; de pemoeda’s (228) daarentegen zijn de jonge Indonesische revolutionairen.
  • de swami die hij met zijn moeder in London bezocht: swami betekent meester. In de letterlijke vertaling betekent het eigenaar van zichzelf, met betrekking tot het compleet meester zijn over instinctieve en lagere behoeften (hindoeisme)
  • Tabee! (157): gegroet, tot nog eens!
  • * De ‘naobers’ van blz. 168: typisch dialectwoord uit de Achterhoek-Twente: de buren (neighbours), waarbij het zorgen voor de buurt een sociale verplichting was (naoberschap)

4. Nederlands-Indische literatuur

  • (1858, Hendrik Conscience: Batavia handelt over de aanvangsperiode van de Nederlandse aanwezigheid in Oost-Indië en is een sentimenteel liefdesverhaal dat zich afspeelt aan het begin van de 17de  eeuw in de nabijheid van Jakarta, waar de Nederlanders een handelspost hebben. Conscience verdedigde het kolonialisme.)
  • Edward Douwes Dekker, ‘Multatuli’:
    Max Havelaar is een boek van Multatuli, geschreven in 1859 in Brussel en voor het eerst gepubliceerd in 1860. De roman verhaalt over een man die ageert tegen het corrupte, indirecte regeringssysteem van Nederlands-Indië, dat de lokale elite vaak zijn gang liet gaan. Het werk heeft een grote invloed gehad op zowel de Nederlandse literatuur als de Nederlandse koloniale politiek. Max Havelaar geldt als een van de belangrijkste werken uit de canon van de Nederlandse literatuur. Het boek is in meerdere edities uitgegeven en werd in 1976 verfilmd. Max Havelaar is in meer dan 40 talen uitgegeven en wordt onder meer in Indonesië veel gelezen.
  • Augusta de Wit: Orpheus in de dessa  (1903): Bake is een ingenieur uit Nederland die zich bezighoudt met een suikerfabriek in Nederlands-Indië, Si-Bengkok een Indonesiër die dieren en mensen fascineert met zijn fluitspel. De nieuwsgierigheid van Bake brengt de twee dichterbij elkaar. Er is echter een kant van Si-Bengkoks leven, die Bake niet kent. Als er op een gegeven moment een kruising plaatsvindt tussen het verborgen leven van Si-Bengkok en Bake, leidt dat tot de dood van Si-Bengkok door toedoen van Bake.
  • Paula Gomez (°Batavia, 1922- Rotterdam 2013) Wegens het feit dat haar vader vanwege zijn werk vaak werd overgeplaatst heeft Paula Gomes op vele plaatsen in Nederlands-Indië gewoond. Het gezin bestond uit een Nederlandse vader, een Indische moeder, Paula en haar oudere broer. Ze had tot aan de oorlog een fijne jeugd (verwerkt in haar kinderboek "Aapje, aapje"), waar echter de wreedheid van haar vader ten opzichte van haar oudere broer een schaduw over wierp Tijdens de oorlog werd ze geïnterneerd in een Jappenkamp, onderwerp ivan o.a. haar drie romans "Sudah, laat maar","Kind met de clownspop" en "Wie in zijn land niet wonen kan".
  • Bezonken rood is een autobiografische oorlogsroman van Jeroen Brouwers uit 1981. Brouwers schreef het boek nadat zijn moeder was overleden, met het doel zijn kampjaren in Batavia te verwerken.
  • Marion Bloem: brak door in 1983 met haar literaire debuut Geen gewoon Indisch meisje. Daarna volgden vele romans, die vaak met de Nederlands Indische geschiedenis te maken hebben of met het migrantenbestaan in Nederland.
  • Verder nog een hele reeks (F. Springer, Rudy Kousbroeck, Elizabeth (Beb) Vuyk, Maria Elisabeth Dermoût …)

Toemaatjes

1. Wil je Adriaan van Dis verder lichtvoetig leren kennen? Bekijk dan zeker het interview dat hij had met  Roberto uit 1987. Benigni is het meest bekend door de tragicomedie   La vita è bella, over een man die zijn zoontje probeert te beschermen tijdens zijn gevangenschap in een naziconcentratiekamp door te doen alsof het een spel is. Benigni's vader verbleef twee jaar in het concentratiekamp  Bergen Belsen. Dat schept blijkbaar toch een band tussen de twee:

https://www.youtube.com/watch?v=b-SjjgL9vg4

Een typerende Van Disserige uitlating daarin: don’t touch me, or I’ll touch you, als Benigni hem wat te sympathisch aanraakt.

2. Recept van lemper

Macintosh HD:private:var:folders:zw:krx3sg5j2z5_0nx57nddq3r40000gn:T:TemporaryItems:Lemper1.jpgOp de begrafenis is er onder meer voor de gasten ‘lemper’ voorzien (p 277). Je kan het poplaire indonesische gerecht zelf uitproberen. De Aziatische ingrediënten kan je vinden in de toko in de Diestseweg.

Ketanrijst

500 gram ketanrijst (sticky rice)
550 ml kokosmelk
2 pandanbladeren
8 jeruk purut-, of limoenblaadjes
4 salam blaadjes (laurier)
1 citroengras, beurs geslagen
1/2 theelepel zout

Lemper kipvulling

250 gram kipfilet
4 eetlepels rode ui
3 tenen knoflook
1/3 verse citroengras – heel fijn gesneden
2/3 verse citroengras – heel laten
1,5 theelepels kemirinotenpasta
1/2 theelepel kunjit
1/2 theelepel koriander (ketumbar)
1/2 theelepel komijn (jinten)
2 jeruk purut blaadjes fijn gesnipperd (limoenblaadjes)
3 jeruk purut blaadjes – heel laten
2 salam (Aziatische laurier) blaadjes – heel laten
1 eetlepel asem (tamarinde) aangelengd met 3 eetlepels lauw water
1/2 theelepel zout
2,5 eetlepels suiker
2 eetlepels olie
100 ml kokosmelk

Doe de  rijst in het onderste gedeelte van een rijststomer, samen met de blaadjes (jeruk purut, pandanblad, salam) en het geplet citroengras.

Rijststoompan

Een rijststoompan is eigenlijk een vergiet in een grotere pan waar water in gaat om te stomen. Prima zelf te maken dus. Zorg ervoor dat het vergiet goed boven het water hangt en een passend deksel heeft. Knoop desnoods een theedoek om de rand van het vergiet om het goed te laten aansluiten op de onderste pan.

Nu de kokosmelk erbij en 1/2 theelepel zout.

Verwarm de pan op half vuur en roer rustig tot alle vocht is opgenomen door de rijst.

30 minuten rusten

Licht even het deksel  en laat de rijst 30 minuten rusten.

Doe  alle rijst over in het vergiet van de rijststomer, verwijder alleen de pandanbladeren.

Stoom 30 minuten, met voldoende water.

Zijn de korrels echt door en door zacht? Zijn ze nog wel wat hard, stoom dan nog 10 minuten extra.

Haal  het water uit de onderste pan laat de rijst in het vergiet, klaar voor gebruik. Half warme rijst is makkelijker rollen dan afgekoelde.

De kipflos: Kook de kipfilets in wat water, met een theelepelzout3 blaadjes jeruk purut en 2/3 verse citroengras platgeslagen; laat het water aan de kook komen met de filets erin en pruttel nog paar minuten zachtjes door. Giet meteen af en koel ze snel af op een rooster. Pluk met de hand in fijne stukjes.

De bumbo: Doe uienknoflookfijngesnipperde citroengraskemirinotenpastakunjitkorianderkomijn, gesnipperde jeruk purut blaadjes, zout en suiker in een kan,  en zet er de staafmixer op.

Verhit twee eetlepel olie  in een grote pan en bak de bumbu op. Door het roerbakken komen de smaken goed los.

De kipflos roerbakt  even mee, todat de bumbu goed is opgenomen door de kip.

Nu kan de tamarinde (asem) erbij.Dan de kokosmelk en alle bladeren. Roerbak op laag vuur de kip totdat al het vocht weg is. Als je met je lepel de kipflos aan de kant duwt mag in het midden van de wok geen vocht meer staan. Het flos mag wat droog gebakken worden.
Laat nu afkoelen met de bladeren er in.

Neem een stuk keukenfolie dat geschikt is voor de magnetron. Slagersfolie is nog beter. Dat is iets dikker, maar niet zo makkelijk te krijgen.

Leg het op een bamboematje.

Vorm op eenderde van de folie van de kleverige, stugge rijst een nette rechthoek. Plakken je vingers te veel, dip ze dan even in wat water.

Voor de lemper gebruik ik ongeveer 40 gram gare ketanrijst. Maar je kan ze ook prima dikker maken.

Leg een strookje kipflos in het midden van de rijstrechthoek. Zorg dat er genoeg onbedekte rijst aan de boven en onderkant overblijft.

Pak de onderkant van het plastic op en rol nu de lemper als sushi dicht.

Vouw de rechter zijkant dicht en druk de lemper aan de linkerkant vuurzichtig aan als een tube tandpasta.

Vouw nu ook de linkerkant dicht. Rol of vouw de lemper nu strak omhoog en dicht.

Warm voor serveren op. Dat kan: uit de koelkast per lemper 30 seconden in de magnetron, of uit de vriezer is 1 ongeveer minuut in de magnetron.

[1] Petjo: creoolse taal in Nederlands-Indië, mengtaal van Nederlands met Maleisisch, Javaans, Sundanees

[2] In Indische Duinen heet ze Lea, niet Marie.

[3] Interessant detail: Sukarno sprak behoorlijk Nederlands! Zeldzame opname op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=jEGdhUmzF48&t=63s)