Ons oordeel

De eerste impressie: een ‘zwarte’ roman. Somber, misantropisch, vol lelijkheid. Maar toch:

- humor, weliswaar meestal sarcasme, is er volop

- doepzinnige filosofische roman die doet denken aan de sfeer in het Franse existentialisme: wij mensen zijn geworpenen op aarde, opgezadeld met een leven waar we zelf niet om gevraagd hebben; maar het is onze plicht om er het beste van te maken

- Veel fijnzinnige observaties, waardoor critici hem vergelijken met Proust en Nabokov (zie boven); (moraal)filosofische ondertoon; het thrillerelement was zelfs niet nodig geweest om lezers te boeien.

- Een heel knap geconstrueerde roman, waarin met mondjesmaat de ware toedracht wordt vrijgegeven.

- Verwarrend veel personages voor sommigen

-  Een roman die lang blijft nazinderen.

Benjamin Black, NEERGANG (2006)

In ruimte wordt alles steeds waziger naarmate de afstand groter wordt. Met tijd is dat anders, alles wordt duidelijk (p 313)

  1. Beetje biografie

John Banville (°1947), Iers schrijver. The Book of Evidence, één van zijn vele werken, werd genomineerd voor  de Booker Prize in 1989. Zijn roman The Sea  won de Booker Prize in 2005 (in de shortlist stond ook Zaterdag, van Ian McEwen). Zijn eerste roman dateert al van 1971, na gedebuteerd te hebben met een bundel kortverhalen het jaar daarvoor.

Net zoals het hoofdpersonage hier trouwde hij met een Amerikaanse, de textielkunstenares Janet Dunham (ze zijn gescheiden). Die beschreef hem, als hij aan het schrijven was, als "a murderer who's just come back from a particularly bloody killing".
Onder het pseudoniem Benjamin Black schrijft Banville sinds 2006 misdaadromans: in de meeste daarvan is de speurder Quirke.

    • A Death In Summer (2011)
    • Elegy for April (2010) (Treurlied voor April, 2011)
    • The Lemur (2008) (Schimmenspel, 2009)
    • The Silver Swan (2007) (De zwaan van Dublin, 2010)
    • Christine Falls (2006) (Neergang, 2008)

Hij wordt met niet de minsten vergeleken: Recognised for his precise, cold, forensic prose style, Nabokovian  inventiveness, and for the dark humour of his generally arch narrators, Banville is considered to be "one of the most imaginative literary novelists writing in the English language today.” He has been described as "the heir to Proust,  via Nabokov."

De Engelse titel van onze roman luidt inderdaad: Christine Falls, maar gaat niet zozeer over gevallen vrouwen, als wel over de diep gevallen ethiek (“Neergang”)  van hooggeplaatsten in de samenleving. Op zich een al te geliefd thema bij misdaadauteurs …

  1. Personages

Heel wat personages. Het spanningselement draait grotendeels om de vraag: wie is de vader/verwekker van Christina jr.?

Er zijn erg weinig echt aardige personages in het boek. Quirke zelf mag dan al populair zijn bij vrouwen, hij blijft een eerder lethargische, brombeerachtige drinker. Misschien is Sarah nog een van de aardigste: ze is amper betrokken bij de kinderhandel van de Griffins, en heeft uiteindelijk het lef Quirke in te lichten over zijn vaderschap (die echter al wist dat Phoebe zijn dochter was).

Heel wat personages zijn lelijk, zowel naar uiterlijk als qua karakter; ze roken, drinken,veinzen, tergen, liegen wat af : Een ‘mooi’ voorbeeld is Andy’s cafékennis M’Coy, “de Echte” (The real McCoy is een Engelse uitdrukking, wat zoveel betekent als "de enige echte" of "de onvervalste"):

M’Coy nam een trek van zijn sigaret, schoof zijn enorme pens tegen de tafel, duwde zichzelf achteruit, hield zijn hoofd schuin naar boven, blies een waaier van rook naar het plafond en stelde zich in op de nodige lol. ‘We zien je tegenwoordig niet meer zo vaak,’ zei hij, ‘ben je te goed geworden voor ons nu je naar Fulton Street bent verhuisd? (…) Ik zeg tegen de jongens hier  dat er in dat nieuwe huis van jou een wonder heeft plaatsgevonden.’ (p 155)

Je vindt die misantropische typen in alle kampen,bij  beide seksen, in Dublin of Boston: Costigan, Cora Bennett,  Philomena, zuster Stephanus, priester Harkins, of Rose Crawford – berekenende eega van Crawford: ‘jij egoïstische, kwaadaardige teef’ (Quirke, p 338).
 

Quirke (uitgesproken /kwəːk/), patholoog: merk op dat de man nergens een andere voor- of achternaam krijgt; hij is zelf weeskind. In het Engels slaat zijn  naam ‘quirk’ op een onverwachte, vreemde reactie; hij is dus ‘een rare’. Aangezien de oude Griffin hem uit het weeshuis halt, zijn opleiding betaalt, en hem liever schijn te zien dan zijn eigen zoon Mal, wordt de suggestie gewekt dat Quirke zelf een van zijn buitenechtelijke kinderen is; dat zou hem tot een halfbroer van Christina maken, wat verklaart waarom Quirke koste wat kost de waarheid over haar wil achterhalen. Toch wordt die veronderstelling nergens bevestigd. Phoebe: ‘jij en papa moeten een soort broers zijn geweest.’ (p 54)

Deze passage, ’s nachts in het huis van Josh Crawford, geeft mss. een goed beeld van zijn levensgevoel:
Weer klonk het geloei van verre misthoorns; ze klonken als de eenzame en wanhopige kreten van grote gewonde dieren die, ver in zee, het uitschreeuwden van de pijn. (p 265-266).

Als een typische literaire thrillerheld is hij enerzijds nors en zwijgzaam, maar lijdt anderzijds aan een soort hypergevoeligheid, geplaagd als hij is door allerlei voorgevoelens en pijnen:

‘DINGEN BEWOGEN IN HEM ALS MODDER OP DE BODUM VAN EEN PUT ‘(p176)

Treffend stukje dialoog tss Mal en Quirlke, in de kapel van het ziekenhuis:
‘Zeg eens, Mal, geloof je hier nu echt allemaal in? Mal dacht na. ‘dat probeer ik wel,’ zei hij. ‘En jij, waar geloof jij in?’ ‘>lang geleden ben ik er al van genezen ergens in te geloven.’

  • De familie Griffin, waarvan vader Garret, graaf Griffin rechter is in Dublin, en de zoon Malachy arts in het ziekenhuis waar Quirke in het lijkenhuis werkt.
  • De Amerikaanse familie Crawford (Boston, Massachusetts; villa in North Scituate: Josh rijke (transport)industrieel met  een dubieus katholiek-Iers liefdadigheidsprogramma (weeshuis St. Mary’s): “een planter van zielen”, volgens de non Brenda, een religiebroeikas; vrouw overleden, twee dochters Sarah en Delia; hertrouwd met Rose; vriend van Garret Griffin.
  • Andy Stafford is een karikatuur van de gefrustreerde macho: ‘egocentrum’ van zijn eigen kleine universum, die voortdurend zijn pik achterna loopt,  droomt van luilekkere luxe en mooie auto’s; zijn impulsief gedrag maakt slachtoffers (Christina, Phoebe, Claire). Terwijl nogal wat arme vrouwen slachtoffer worden van opdringerige rijke mannen, draait Benjamin Black even de rollen om: arme man verkracht rijk meisje. Maar komt daar niet mee weg, natuurlijk.`
  • Dolly Moran is een van die vrouwen, die het vuile werk moeten opknappen voor Griffin en de zijnen: de meisjes bijstaan bij hun bevallingen onder de radar. Zelf heeft ze ook als jonge moeder nog aan de poorten van een weeshuis staan kijken – naar een afgenomen kind? Geheimzinnige passage, p 63, in Crimea Street Quirke haar wil gaan uithoren. In deze straat was een kerel paardenmest op de stoep aan het afladen:
    ‘Met neergeslagen ogen stond zijn kleine ezel doodstil, alsog hij probeerde ergens anders te zijn.Het dier, de man, het avondlicht, de warme geur van de dampende mest, dat alles vermengde zich tot iets wat Quirke zich niet goed in herinnering wist te brengen, iets uit het verre verleden dat langs zijn geheugen scheerde, op een kwellende manier buiten bereik. Quirkes gehele vroegste en verweesde jeugd was als dit: een leegte van betekenis, een weerklinkende leegte.’
    Hoorde Quirke hier thuis voor hij naar dat weeshuis ging?
  • Verder duiken geregeld figuranten op met allitererende namen ‘uit het volk’: Barney Boyle, Quirkes drinkvriend, karikatuur van de Ier: drinker, prater, miskend poeet; kleine crimineelTerry Tormey; Conor Carrington, Phoebe’s minnaar wordt door de aartskatholieke familie Griffin resoluut afgewezen wegens protestant (p 173). Uit dergelijk gemengde huwelijken kon niets goeds voorkomen, beweren ze.

3. Toelichtingen                                                                                                       .
 

Thema: machtsmisbruik van Ierse kerkinstellingen, met name door ‘gevallen’ vrouwen en hun buitenechtelijke kinderen naar eigen believen te benutten ‘’voor eigen gebruik’, als non of toekomstige zielenherders. ‘Geadopteerd!’ zei ze, ‘met dergelijke legale aardigheden houden we ons hier in St. Mary’s niet bezig’, schampert zuster Anselm (geboren Peggy Farrell) (p 290)

  • Betekenisvolle passage, p 100, zuster Stephanus: ‘De Heer is onze wetgever, zeg ik altijd’ – terwijl we iets verder lezen: misschien kan ik er met de heer Crawford over praten. Wie is ‘The Lord’ eigenlijk voor haar?
  • Inspiratiebron voor het boek schijnt de film The Magadalene Sisters ( GB-IR, 2002, Peter Mullen) te zijn; zelf gebaseerd op een Britse documentaire Sex in a Cold Climate, uit 1998. De film toont de terreur in de kloosters van Ierse Magdalenazusters,   waarvan tot in 1996 meer dan 30.000 meisjes het slachtoffer werden. Decennialang kwamen Ierse meisjes die van enige vorm van liederlijkheid beschuldigd werden, terecht in deze vreugdeloze instellingen. Zwijgend en knarsetandend regen ze de dagen aaneen met zwaar werk in de wasserij, stil gebed en emotionele vernedering door verzuurde kloosterzusters. In de film komt een o.m. Crispina voor, en een Brendan. (zie voor meer gelijkenissen: https://nl.wikipedia.org/wiki/The_Magdalene_Sisters)
  • Carricklea, waar Quirke zijn jeugd als wees sleet, bestond ook echt: een zgn. Industrial School, in Ierland opgerich voor de opvang en opleiding van verwaarloosde kinderen: Carriclea Park, Industrial School, Dun Laoghaire, County Dublin.
  • Boston, Massachusetts  schijnt de stad te zijn met het hoogst aantal inwoners met Ierse roots: 21.5%
  • Crawfords luxevilla heet Moss Manor. p 259: Iers mos, chrondus crispus, Chondrus crispus is een industriële bron van carrageenan, gebruikt als verdikker en stabilisator voor melkproducten, lunchworst enz. in Europa aangeduid als  E407. Vaak samengebruikt met een andere Gigartina mamillosa.
  • Punch and Judy, o.w.v. hun uiterlijk steeds genoemd naar twee figuren uit de Britse poppenkast (en vergelijkbaar met Jommekes Kwak en Boemel):
  • Bryn Mawr: exclusief ‘liberal arts’meisjescollege in Pennsylvania ( waar o.m. Martha Gellhorn en Katharine Hepburn studeerden)
  • blz 323:Will Dakes, Andy’s kennis,  woonde in Rosswell (NM) ‘om uit te kijken naar kleine marsmannetjes:Vermeende UFO-crash in 1947, sindsien centrum van alientoerisme.
  • Banville verwijst een enkele naar personages van andere  auteurs, o.m. Bertie Wooster, stuntelige rijke held uit Woodhouse’s Jeevesromans (afb. rechts); ook naar Amerikaanse auteur Henry James, wiens hoofdpersonages ook verlokt worden door het gesofistiqueerde  Europa (wat Quirke ergens suggereerde: Rose die met Phoebe naar Europa trekt)

(redacteur: Walter Pelckmans)