Ons oordeel

Zeker een karaktervolle en rijke roman, maar niet tot ieders grote enthousiasme.

Het verhalende element lijdt wel eens onder de eindeloze details (zoals terminologie over de botenbouw), de veelheid van personages met een bijrolletje, en van verhaaltjes in het verhaal.

Tegelijk dwingt Annie Proulx’s grondige achtergrondkennis en opzoekwerk respect af (zie ook haar biografie). Er is het sterk historisch besef in het verhaal, niet alleen van de streek, maar vooral ook van heel wat personages, die een eigen geschiedenis meedragen; levensverhalen die maar met mondjesmaat onthuld worden, en zo drijfveer vormen om verder te lezen;

Het is geen boek om  snel te consumeren; wie het boek tweemaal las genoot meer, en raakte nog meer doordrongen van de complexiteit van het boek.

Het is een Amerikaans boek, maar anders dan de ‘grootstedelijke’ literatuur en films die we hier beter kennen, laat Proulx ons onderduiken in een heel rurale (of hier maritieme) sfeer van verlatenheid en struggle for life tegen de natuurelementen. Een strijd die de personages soms een freakachtig karakter, maar evengoed een heel menselijk gelaat geeft: dat van sociale solidariteit,  orale overlevering, vreemde eetgewoontes, familiale warmte, de neiging om  geregeld lief en leed met de medemens te delen.

Annie Proulx   Scheepsberichten

Wie is Annie Proulx?

°1935, Connecticut.

Grootmeester-verteller, in de beste Amerikaanse traditie van Willam Faulkner, Mark Twain, Herman Melville, Jack London …

Ze heeft Frans-Canadese roots, en haar voorouders van moederskant arriveerden  in America in 1635, 15 jaar na de aankomst van de Mayflower. Ze studeerde geschiedenis en deed journalistiek werk; ze was 57 toen ze haar eerste roman schreef; trouwde en scheidde drie keer. Ze woonde ruim 30 jaar in Vermont, maar verhuisde in 1994 naar Wyoming, en verbleef in dat jaar ook geruime tijd op noordelijk Newfoundland, aan een kleine baai vlakbij L’Ande aux Meadows. Dat is de enige plaats buiten Groenland waar in 1960 sporen zijn gevonden van Vikingaanwezigheid, lang voor Colombus.

“Annie Proulx heeft iets met de grond waarop ze staat, het stuk land dat ze bewoont. De winnares van de Pulitzer Prize (ja, voor Scheepsberichten) schreef vanuit haar bijzondere gevoel voor plaats memoires over de geschiedenis van Wyoming. Haar verhaal over de bouw van een huis op het landgoed van 640 acre, compleet met vogelreservaat, is zoals altijd mooi en intrigerend. Mijn leven op Bird Cloud Ranch (2O13) is een genereuze vertelling waarin we Proulx volgen tijdens haar vele omzwervingen en persoonlijke avonturen. Deels autobiografie en deels geschiedenis biedt dit boek het betoverende verhaal van Proulx Wyoming en huis, compleet met zwart-witschetsen van eigen hand.” https://www.bol.com/nl/c/boeken-annie-proulx/113374/N/8299/

achtergronden en toelichtingen

Film maakte Annie Proulx bij ons bekend: Brokeback Mountain, naar een kortverhaal van haar, was een kassucces, Shipping News, (met de gewraakte Kevin Spacey) een sfeervolle verfilming van ons boek. Film  (2001) van Lasse Hallström : https://www.youtube.com/watch?v=I2uxTq38UPc

Misschien de grootste ‘charme’ van Scheepsberichten is de locatie: het uiterst noordelijke punt van het weinig herbergzame Newfoundland, waar alles om de onmetelijke oceaan draait: weer, wind, vis, kreeft en zeehonden, boten en olietankers.

“By the beginning of the 19th century, the Beothuk ( Algonkin Indians) were reduced to a small refugee population living along the Exploits River system and attempting to subsist on the inadequate resources of the interior. Although a succession of Newfoundland governors had, since the middle of the 18th century, attempted to establish friendly contact with the Beothuk, it was probably too late to change a pattern which had existed for perhaps 250 years. Shanawdithit, the last known Beothuk, died in St. John's, Newfoundland in 1829.

  • Elk hoofdstuk begint het een citaat uit Ashleys knopenboek, of soms ook het Maritiem Woordenboek. Die citaten zijn nooit toevallig.

The Ashley Book of Knots is een encyclopedie  van  knopen die voor het eerst gepubliceerd werd in 1944 door  Clifford Ashley. Het boek was het hoogtepunt van meer dan 11 jaar werk, en bevat circa 7000 illustraties en meer dan 3854 inzendingen van meer dan 2000 verschillende knopen. De vermeldingen bevatten instructies, gebruiksmogelijkheden, en voor sommige knopen de geschiedenis, en zijn ingedeeld naar soort of gebruik. Het blijft een van de belangrijkste boeken over knopen, omdat het een van de meest uitgebreide is, zowel goede als slechte knopen beschrijft en vaststelt welke knoop welke is.

Wie grondig leest, merkt dat de beschrijving  van een knoop vaak symbolisch is voor iets dat in dat hoofdstuk gebeurt. Zo is er die knoop die voor ‘lengstenen’ wordt gebruikt (om fuiken op hun plaats te houden. Zo zijn er ‘blijvers’ op het eiland, en vertrekkers, opgevers.

  • De botter van de Melvilles:

Een beroemde Hollandse ‘botter’, de Groote Beer’, die volgens een fabeltje nog aan Goering zou hebben toebehoord (aan Hitler, in ons verhaal);

De huidige GB. eigenaar, Jan Willem de la Porte, heeft tijdens een gesprek met de schrijfster zijn vermoeden bevestigd gekregen dat zijn botter inderdaad de inspiratie was. In de film is een jacht gebruikt dat weinig op een botter lijkt, maar de foto op de voorpagina van de "Shipping News" is waarschijnlijk een foto van de Groote Beer. Proulx geeft de eer aan Hitler in plaats van Goering voor haar versie. Waar de Goering fabel begon is mij nog altijd een raadsel.

https://www.ssrp.nl/publicaties/spiegel-der-zeilvaart/spiegel-der-zeilvaart-2001-tm-2010-artikelen-met-interessante-informatie-over-ronde-en-platbodemjachten/$29520/sdz-juli-augustus-2003-nummer-6-geschiedenis-van-de-fabelachtige

Een roman over herwonnen zelfvertrouwen: Qoyile

Quoyle (ook, als ‘coil’, een veer, of opgerold stuk touw)

Geboren in Brooklyn en opgegroeid in eer reeks desolate stadjes in het noorden van de staat New York; door een morsig etentje bij zijn (zwarte) vriend Partridge had hij de kans op een baan laten lopen, ‘een baan door middel waarvan hij zijn mond aan de strakke borst der bureaucratie had kunnen zetten’ (p14).

Quoyle: Smeerbaar als boter (p16) hij geloofde in lijden en stilte (p30)

Hij zoekt isolement, want daar kan hij zich ‘ontrollen’.

Ontmoeting met Wahey, ‘de rijzige’: ze keken naar elkaars handen, het bewijs voor de affiniteit die het oog had met de ringvinger (p158).

Herhaaldelijk wordt van hem gezegd, dat voor hem liefde en lijden samen horen, en lezen we over zijn onvermogen om nog echt iemand lief te hebben na Pearl Beer, alsof al zijn liefde was opgebruikt (‘zijn vermogen tot liefde was in een klap opgebrand) . Maar als  hij uiteindelijk zijn  zelfvertrouwen heeft herwonnen kan hij ‘de liefde’ zien als ‘een zak met  gesorteerde snoepjes, waaruit je meer dan een keer mag kiezen’; sommige snoepjes zijn zoet, andere zuur, sommige voor even lekker, andere blijven duren.

Liefde in het boek lang niet altijd harmonieus.

De Quoyles hadden vreselijke reputatie op dat vlak, en als je de ‘SM-bladzijden’ van de Gammy Bird moet geloven, zit het eiland vol perverten.

Wavey zit  eveneens vast aan een misgelopen liefdesrelatie, een man –Herald Prowse-  die haar mishandelde  en schaamteloos bedroog, en met haar zoontje Herry, met syndroom van Down, achterblijft.

Petal Beer, zes maanden liefde, en dan jaren ellende; ze verkoopt haar kinderen Bunny en Sunshine aan een pedofiel-fotograaf.

Drank (rum) kan problematisch worden, getuige de scène van Nutbeems afscheidsfeestje, waarin zijn boot in de prak wordt geslagen.

Dat zijn tante lesbienne is (‘Irene Warren’, naar wie ze later haar hond noemde), wordt heel terloops vermeld zonder er een hele kwestie  van te maken, evenmin als van wat Quoyles vader Guy met zijn eigen zus, de tante, heeft gedaan. Zijn asse komt, laconiek beschreven, door toedoen van de tante in een openluchttoilet  terecht.

Aan de andere kant is er een groot gevoel van samenhorigheid en solidariteit tussen de dorpsbewoners. De vernielde boot herstellen was ook een –vergeefs- groepsgebeuren.

Het gezin van Dennis (de timmerman die van zijn vader niet meer op zee mocht en het toch deed) en Beety met hun kinderen Marty, Murchy en Winnie is zo’n warm nest.

Annie Proulx heft een reputatie voor gedurfde en soms, vergezochte, soms briljante vergelijkingen

  • een verf-kwijlende stoel
  • Partridge: een rusteloze reiziger langs het hellend vlak
  • De affiniteit van het oog met de ringvinger (om te zien of iemand getrouwd is)
  • iemand met ‘een snor als een streepjescode’
  • Mannenzaken: een volle provisiekast en een leeg bord / vrouwenzaken: een lege provisiekast en een vol bord
  • IJs, kleurloos als de onderkant van een strijkbout
  • Cart knipoogde als een kalkoen met bindvliesontsteking
  • De barman van de Heavy Weather, met snorharen als dennennaalden
  • De lege huizen (in de sneeuw) van Capsize Cove, als een houtskooltekening op wit papier
  • (van een verpleegster) : haar stem klonk als een wesp in een potje.

Sommige passages zijn pareltjes:

  • het relaas van Jack Buggit over hoe hij tot zijn krant gekomen was
  • de tante die aan een meertje oude herinneringen voelt opborrelen
  • de passage waarin de gruwelijk verwaarloosde Nolan in zijn verkrot huis in Capsize Cove wordt geschilderd
  • Dennis, die naar de kreeftvergunning van zijn vader hengelt bij diens vermeende dood.
  • Bunny, Quoyles oudste dochter, ziet witte honden die er niet zouden zijn, en gelooft dat dode mensen eigenlijk maar slapen. Tweemaal krijgt ze gelijk …

De zee kan Annie Proulx eindeloos gevarieerd beschrijven:

(p52) ‘Op de kaart zag de baai eruit als een bleekblauwe medicijnfles waar oceaanwater in stroomde’.

(227) ‘Twee drie dagen hitte, die op een woestijnwind leek te zijn aangevoerd. Vezels van licht, die als lumineuze palingen door de baai kropen.’

(228 ‘De zee gloeide, was transparant van het licht’

(229) ‘De oceaan bobbelde als een enorme slangenkuil met een doek erover’

(234) ‘De baai was bedenkt met witgekuifde golfjes, als krioelende maden in een gapende wond’

(367) ‘Zee en zwerk als getint glas’

(386) ‘Zich verdichtende mist op het water. IJle spiralen kronkelden alle kanten op, de lucht werd dikker, gevulder; d andere wereld verdween als het ware in een trechter va en liet slechts een natte rots, de gesmoorde zee en waterige lucht achter’.Aanbevolen andere romans

- haar biografische Mijn leven op Bird Cloud Ranch (1913): zie inleiding

Ansichten (Postcards, 1992; hiermee won ze meteen, en als eerste vrouw,  de  PEN/Faulkner book award,

Loyal Blood vermoordt zijn vriendin in een vlaag van woede. Nog onder het avondeten pakt hij zijn koffer en vertrekt van de ouderlijke boerderij. Daarmee begint zijn zwerftocht, een magnifieke persiflage op de klassieke Amerikaanse pioniersgeschiedenis.

De accordeonmisdaden 1997

Een groene accordeon belandt via vreemde wegen in diverse Amerikaanse migrantengemeenschappen, gaat van hand tot hand en al zijn eigenaren sterven een gewelddadige dood. Het verhaal van de accordeon begint op Sicilië in 1890, vanwaar de accordeon met arme migranten meereist; het instrument ‘reist’ mee naar alle delen van de VS, en is getuige van de vele communities van immigranten die de Verenigde Staten hebben opgebouwd: Duitsers, Polen, Ieren, Fransen, Schotten, Mexicanen. Opnieuw verbaast A. Proulx de lezer met haar documentair werk en inlevingsvermogen in de meest uiteenlopende leefwerelden; hier draait het niet in net minst ook om ‘americana’ muziekgenres.

Schorshuiden, 2017

René en Charles, twee berooide jonge Fransen, emigreren in de zeventiende eeuw naar Nieuw-Frankrijk, op zoek naar een betere toekomst. Ze beginnen hun nieuwe leven in Noord-Amerika, beiden als lijfeigenen, en kappen daar de machtige bossen. Al snel lopen hun levens uiteen. De zachtaardige René trouwt een indiaanse vrouw en gaat een arm maar gelukkig bestaan tegemoet. De nietsontziende Charles daarentegen doet alles om een fortuin te vergaren. Hij trouwt een Nederlandse en weet een groot hout- en pelsimperium op te bouwen. Terwijl hun kinderen, hun kindskinderen, en de kinderen van hun bondgenoten en vijanden hun levens leiden, worden de Noord-Amerikaanse wouden steeds verder uitgedund.

 Een recensie:

In Killick-Claw, Everybody Reads The Gammy Bird

By HOWARD NORMAN

THE SHIPPING NEWS 
By E. Annie Proulx. 

An early traveler's account of the Maritime Provinces says, "After but a year's visit, one is convinced that the sea has a savage appetite for Newfoundlanders." In E. Annie Proulx's vigorous, quirky novel "The Shipping News," set in present-day Newfoundland, there are indeed a lot of drownings. The main characters are plagued by dangerous undercurrents, both in the physical world and in their own minds. But the local color, ribaldry and uncanny sorts of redemption of Ms. Proulx's third book of fiction keep the reader from slipping under, into the murk of loss. The novel, largely set in the village of Killick-Claw, along Newfoundland's foggy, storm-battered coast, displays Ms. Proulx's surreal humor and her zest for the strange foibles of humanity.

The protagonist is Quoyle, who almost drowns once. Back in New York State, his marriage to Petal Bear had "a month of fiery happiness. Then six kinked years of suffering." Quoyle, however, was smitten to the end. When Petal is killed with a lover in a car wreck, one of Quoyle's first acts of mourning is to stick his head into the sudden cold weather of the refrigerator to cry. Quoyle, a third-rate newspaper hack with a "head shaped like a crenshaw, no neck, reddish hair" and "features as bunched as kissed fingertips," is left with two daughters, Bunny and Sunshine, ages 6 and 4 1/2. Soon Bunny is plagued with nightmares (of a snarling white dog) that match in intensity her father's hallucinatory re-enactments of Petal's grisly death. Life seems stripped of hope until Quoyle's Aunt Agnis Hamm arrives. The aunt, as she is often referred to, regales Quoyle with stories of their Newfoundland ancestors; at once mesmerizing and disquieting, they draw Quoyle in, albeit with some hesitation. "Quoyle hated the thought of an incestuous, fit-prone, seal-killing child as a grandfather, but there was no choice. The mysteries of unknown family." The grandfather had drowned at age 12, having already sired Quoyle's father.

Quoyle sets out for Newfoundland to find the ancestral house. Once there, Quoyle, his aunt and daughters find the dilapidated place, isolated miles down a barely passable road from Killick-Claw, where Quoyle eventually finds work on The Gammy Bird, the local news paper.

Happily for the reader, Ms. Proulx keeps returning to the offices of The Gammy Bird. As Quoyle's gypsy family moves from house to trailer, the office becomes his home base. There he meets the staff, true brigands of outback journalism. It is also where the pitch of Ms. Proulx's writing is most finely tuned. There are, among others, Nutbeem, who steals foreign news from the radio; Tert Card, an estimable rewrite man; and Jack Buggit, the belligerent editor. Their spontaneous monologues, when spiced with the local patois, are wonderfully performed riffs of nostalgia, anecdote, indictment and complaint that strike us as Newfoundland's most rollicking oral literature.

The Gammy Bird specializes in sexual-abuse stories, and we get a file of them a mile high. Quoyle is assigned two beats. There is shipping news: a ship's home port, time of arrival, time of departure, cargo, occasionally the antics of captain and crew. In a region of chronic unemployment, just to have these facts of commerce reported seems a kind of optimism. Ms. Proulx's Killick-Claw is barely hanging on to the second half of the century. Far more disturbing is Quoyle's other beat. As it is put to him by Jack Buggit: "We run a front-page photo of a car wreck every week, whether we have a wreck or not. That's our golden rule. No exceptions."

Nutbeem observes: "Have you noticed Jack's uncanny sense about assignments? He gives you a beat that plays on your private inner fears. Look at you. Your wife was killed in an auto accident. What does Jack ask you to cover? Car wrecks, to get pictures while the upholstery is still on fire and the blood still hot. He gives Billy, who has never married for reasons unknown, the home news, the women's interest page, the details of home and hearth -- must be exquisitely painful to the old man. And me. I get to cover the wretched sexual assaults. And with each one I relive my own childhood. I was assaulted at school for three years, first by a miserable geometry teacher, then by older boys who were his cronies. To this day I cannot sleep without wrapping up like a mummy in five or six blankets. And what I don't know is if Jack understands what he's doing, if the pain is supposed to ease and dull through repetitive confrontation, or if it just persists, as fresh as on the day of the first personal event. I'd say it persists."

Claustrophobic winter arrives, locking in Killick-Claw, icing over the coves. As the harsh months go by, it seems that Quoyle is digging out from his own past. He deals compassionately with the last of his disreputable clan, a demented old cousin living in a hut "crammed with the poverty of another century," by securing him in a rest home. Still fending off visions of Petal, he begins to court the all but silent Wavey Prowse, herself widowed by a drowning. He gets his children ensconced in school and deepens his knowledge and delight as a father. He seems for the first time calm in his heart. The children and aunt undergo difficult, healing transformations as well. Our sympathies are strongly invested in all of them, as well as in the village itself.

Throughout "The Shipping News," the sinuousness of E. Annie Proulx's prose seems to correspond physically with the textures of the weather and sea. Her inventive language is finely, if exhaustively, accomplished. If I have any complaint it is that at times she carries her own brand of poetic compression too far: "Billy's worn shape down to the bones, cast Quoyle as a sliding mass." Weather offshore or overland can often seem chokingly imbued with portentousness. Near the novel's end, Jack Buggit sits up in his own coffin, spouting water, having both drowned and not drowned; it is a forced invention in a novel otherwise replete with wonderfully natural ones.

Ms. Proulx is never too showy with her research, though "The Shipping News" is almost an encyclopedia of slang and lore. The way her Newfoundlanders talk, the most factual account seems as high-spirited as gossip over a supper of snow crab, cod cheeks, lobster salad and seal-flipper stew.

Eventually, the actual house of Quoyle is blown into the sea, a drowned house. Yet by spring's open water, Quoyle himself has not only survived but also drummed out some of his demons. In the end, it seems triumph enough that neither Quoyle nor Wavey has drowned.

(redacteur: Walter Pelcmans)